Marktontwikkeling: Tin (CN 80) — 2015–2025
Inleiding
Dit rapport analyseert de handelsstromen van de EU in tin en tinwerken (CN-code 80) over de periode 2015–2025. CN 80 omvat vier subcategorieën: ruw tin (8001), resten en afval van tin (8002), staven, profielen en draad van tin (8003), en overige tinwerken (8007). De periode wordt gekenmerkt door drie ingrijpende ontwikkelingen: een forse stijging van de eenheidsprijzen tegenover krimpende volumes, een herstructurering van de handelspartners als gevolg van geopolitieke verschuivingen, en een spectaculaire toename van de Europese productiecapaciteit waardoor de importafhankelijkheid drastisch daalde.
1. Prijzen verdubbeld, volumes gekrompen: een structurele kostenstijging
Het meest opvallende kenmerk van de tinnenhandel in de afgelopen decennium is de scherpe discrepantie tussen enerzijds stijgende waarden en anderzijds dalende volumes. Zowel bij invoer als uitvoer zijn de eenheidsprijzen meer dan verdubbeld, terwijl de fysieke hoeveelheden aanzienlijk zijn gedaald.
1.1 Importwaarde stijgt ondanks halvering van het volume
De totale EU-importwaarde nam toe van €781,7 miljoen in 2015 tot €961,3 miljoen in 2025, een stijging van 23%. Tegelijkertijd daalde het importvolume met 45,4% — van 62.129 ton tot 33.935 ton. De gemiddelde eenheidssteeg hierdoor met 125,2%, van €12.580 per ton tot €28.327 per ton.
| Indicator | 2015 | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Importwaarde | €781,7 mln | €961,3 mln | +23,0% |
| Importvolume | 62.129 t | 33.935 t | −45,4% |
| Gemiddelde prijs | €12.580/t | €28.327/t | +125,2% |
1.2 Exportwaarde groeit harder, maar ook hier dalende volumes
De EU-uitvoerwaarde steeg van €183,5 miljoen naar €304,5 miljoen (+66,0%), terwijl het exportvolume daalde van 12.340 ton naar 9.353 ton (−24,2%). De gemiddelde exportprijs klom van €14.867 per ton naar €32.553 per ton, een stijging van 119%.
| Indicator | 2015 | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Exportwaarde | €183,5 mln | €304,5 mln | +66,0% |
| Exportvolume | 12.340 t | 9.353 t | −24,2% |
| Gemiddelde prijs | €14.867/t | €32.553/t | +119,0% |
1.3 Prijsstokken in 2021–2022 als keerpunt
De forse prijsstijging concentreert zich in de periode 2021–2022, in lijn met de wereldwijde grondstoffenprijsinflatie na de COVID-19-pandemie. Specifieke prijsschokken werden gedetecteerd bij de invoer uit Indonesië in 2021 (+59,0% prijsverschuiving, met een aandeel van 39,5% in de totale importwaarde) en bij de uitvoer naar Japan in 2021 (+56,9%) en Zuid-Korea in 2022 (+86,1%). De volatiliteitscoëfficiënten bevestigen dat met name de handel met het Verenigd Koninkrijk (CV 1,30 bij import), Singapore (CV 1,01) en Maleisië (CV 1,88 bij export) bijzonder volatiel was.
1.4 Per productsegment: ruw tin domineert
Ruw tin (8001) is verreweg het belangrijkste segment, zowel in volume als waarde. In 2025 vertegenwoordigde ruw tin 89,7% van het importvolume (31.381 van 35.131 ton) en 90,3% van de importwaarde (€902,2 mln van €961,3 mln). De gemiddelde invoerprijs voor ruw tin steeg van €12.785/ton in 2015 tot €28.749/ton in 2025. Overige tinwerken (8007), afval en resten (8002) en staven/profielen/draad (8003) zijn aanzienlijk kleiner segmenten, maar vertonen vergelijkbare prijsstijgingen. De vergelijking per productsegment toont dat vooral de prijzen voor afval en resten (8002) sterk fluctueerden.
2. Geopolitieke verschuivingen herstructureren de handelsrelaties
De periode 2015–2025 bracht ingrijpende veranderingen in de handelspartners van de EU voor tin, gedreven door de Brexit, de opkomst van Zuid-Amerikaanse leveranciers en een bredere diversificatie van de importbronnen.
2.1 Indonesië blijft koploper, maar verliest marktaandeel
Indonesië was in zowel 2015 als 2025 de belangrijkste leverancier van tin aan de EU. De importwaarde daalde echter van €274,5 miljoen naar €216,1 miljoen (−21,3%). Relatief gezien is het aandeel van Indonesië in de totale EU-import fors afgenomen.
| Leverancier | Importwaarde 2015 | Importwaarde 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Indonesië | €274,5 mln | €216,1 mln | −21,3% |
| Peru | €113,2 mln | €126,1 mln | +11,4% |
| Brazilië | €31,9 mln | €132,2 mln | +314,5% |
| Bolivia | €28,1 mln | €113,7 mln | +304,5% |
| China | €28,6 mln | €123,9 mln | +332,8% |
| Verenigd Koninkrijk | €62,9 mln | €5,4 mln | −91,5% |
| Maleisië | €67,2 mln | €18,8 mln | −72,0% |
2.2 Zuid-Amerikaanse leveranciers winnen fors terrein
Brazilië, Bolivia en Peru hebben hun positie als tinnenleverancier aan de EU aanzienlijk versterkt. Brazilië groeide van €31,9 miljoen naar €132,2 miljoen (+314,5%), Bolivia van €28,1 miljoen naar €113,7 miljoen (+304,5%). Peru bleef stabiel op een hoog niveau. Tezamen vertegenwoordigen deze drie landen in 2025 naar schatting €372 miljoen aan import — bijna evenveel als Indonesië. Dit wijst op een verschuiving van de tinwinning richting het Andes-Amazongebied, waar grote reserves aanwezig zijn.
2.3 Brexit-effect: het Verenigd Koninkrijk verdwijnt als handelspartner
Het Verenigd Koninkrijk onderging de meest dramatische verandering. Bij de invoer daalde de handel van €62,9 miljoen naar €5,4 miljoen (−91,5%), met een extreem hoge volatiliteitscoëfficiënt van 1,30. Bij de uitvoer daalde de waarde van €55,3 miljoen naar €22,8 miljoen (−58,8%). Het Verenigd Koninkrijk verdween daarmee als dominante handelspartner, een ontwikkeling die sterk correleert met de uittreding uit de EU in 2020 en de daarmee gepaard gaande douaneformaliteiten en handelsbelemmeringen.
2.4 Importconcentratie neemt sterk af
De Herfindahl-Hirschman Index (HHI) voor de importwaarde daalde van 2.063 in 2015 tot 1.243 in 2025 (−39,7%). Dit wijst op een aanzienlijke diversificatie van de importbronnen. Waar de EU in 2015 sterk afhankelijk was van een beperkt aantal leveranciers (Indonesië, Maleisië, VK), zijn in 2025 meerdere leveranciers van vergelijkbaar belang actief. De exportconcentratie daalde eveneens, van 1.506 naar 1.330 (−11,7%), zij het minder sterk.
2.5 EU-lidstaten: verschuivingen in interne handelspatronen
Binnen de EU verschoven de import- en exportpatronen aanzienlijk:
| Lidstaat | Import 2015 | Import 2025 | Verandering | Export 2015 | Export 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nederland | €401,6 mln | €349,2 mln | −13,1% | €55,3 mln | €8,1 mln | −85,3% |
| Duitsland | €132,7 mln | €114,4 mln | −13,8% | €26,9 mln | €27,4 mln | +2,0% |
| Spanje | €86,2 mln | €150,0 mln | +74,1% | — | — | — |
| België | €34,3 mln | €123,8 mln | +261,1% | €35,3 mln | €62,1 mln | +75,7% |
| Italië | €46,6 mln | €104,0 mln | +123,1% | — | — | — |
| Polen | €14,0 mln | €34,2 mln | +145,3% | €16,8 mln | €85,5 mln | +408,6% |
Nederland blijft de grootste importeur, maar verliest relatief terrein. België en Polen zijn de sterkste groeiers — Polen groeide als exporteur zelfs met 409%. De specialisatie-indicatoren bevestigen België als het meest gespecialiseerde EU-land in tinexport (RSCA 0,53), gevolgd door Portugal (0,33) en Nederland (0,32).
3. EU wordt zelfvoorzienender: spectaculaire groei van de binnenlandse productie
De meest ingrijpende structurele verandering in de tinnenmarkt is de explosieve groei van de Europese productiecapaciteit, die de afhankelijkheid van import drastisch heeft verminderd.
3.1 Netto-importafhankelijkheid daalt van 72% naar 13%
De netto-importafhankelijkheid kelderde van 72,3% in 2015 tot slechts 13,2% in 2025, een daling van 81,8%. Dit betekent dat de EU in 2025 nog slechts in beperkte mate afhankelijk is van externe tinaanvoer voor de binnenlandse vraag.
3.2 Productie explodeert: van 30 miljoen kg naar 2,5 miljard kg
De EU-productie toonde een uitzonderlijke groei:
| Indicator | 2015 | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Productiehoeveelheid | 29,7 mln kg | 2.466 mln kg | +8.191% |
| Productiewaarde | €158,1 mln | €3.630 mln | +2.196% |
Deze cijfers duiden op een ware omslag in de Europese tinsector. De productieomvang in 2025 is zo groot dat deze het wereldwijde primaire productieniveau van ruw tin (circa 300.000–370.000 ton per jaar) ruimschoots overstijgt. Dit suggereert dat de meetstelling waarschijnlijk in belangrijke mate recyclage en verwerking van tinresten en -afval (CN 8002) omvat, naast de primaire productie van ruw tin. De EU-productie in waarde groeide minder hard dan de hoeveelheid, wat betekent dat de gemiddelde productiewaarde per kilogram daalde — consistent met een groter aandeel van goedkoper secundair tin.
3.3 Handelsintensiteit en exportneiging storten in
De dalende importafhankelijkheid wordt bevestigd door twee complementaire indicatoren:
| Indicator | 2015 | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Handelsintensiteit | 98,8% | 24,6% | −75,1% |
| Exportneiging | 94,5% | 7,5% | −92,1% |
De handelsintensiteit — de verhouding tussen de som van import en export enerzijds en de binnenlandse productie anderzijds — daalde van bijna 100% naar minder dan 25%. De exportneiging — het aandeel van de productie dat wordt uitgevoerd — zakte van 94,5% naar 7,5%. Beide cijfers wijzen in dezelfde richting: de EU produceert nu zoveel tin dat de buitenlandse handel relatief gezien marginaal is geworden. De vulnerability-indicatoren tonen dat exportneiging de meest gevoelige indicator is (salience-score 134,6).
3.4 Implicaties voor de handelsbalans
De EU-handelsbalans voor tin blijft negatief: van −€598 miljoen in 2015 tot −€657 miljoen in 2025 (−9,8%). Hoewel de exportwaarde harder groeide dan de importwaarde (+66% versus +23%), was het uitgangspunt zodanig scheef dat het tekort slechts beperkt kon worden ingelopen. Desalniettemin betekent de sterk gedaalde netto-importafhankelijkheid dat de EU de buitenlandse afhankelijkheid heeft weten te reduceren — deels door hogere zelfproductie, deels doordat de importen in volume zijn gehalveerd.
Conclusie
De Europese tinnenmarkt (CN 80) onderging tussen 2015 en 2025 een fundamentele transformatie. Drie ontwikkelingen staan daarbij centraal.
Ten eerste zijn de eenheidsprijzen meer dan verdubbeld — met name na de prijschokken van 2021–2022 — terwijl de verhandelde volumes daalden. De marktwaarde groeide daardoor, maar deels als een inflatoire illusie.
Ten tweede zijn de handelspartners ingrijpend verschoven. Zuid-Amerikaanse leveranciers (Brazilië, Bolivia) en China hebben terrein gewonnen ten koste van Maleisië en het Verenigd Koninkrijk, dat na de Brexit vrijwel als tinnenleverancier verdween. De importconcentratie is met bijna 40% gedaald, wat duidt op een gezondere spreiding van leveranciers.
Ten derde — en wellicht het meest structureel — is de EU aanzienlijk zelfvoorzienender geworden. De netto-importafhankelijkheid daalde van 72% naar 13%, gedreven door een spectaculaire groei van de binnenlandse productie. Hoewel de handelsbalans nog steeds negatief is, is de structurele kwetsbaarheid voor externe toevoerverstoringen aanzienlijk afgenomen. De EU is anno 2025 geen kleine speler meer in de tinmarkt, maar een dominante producent — zij het grotendeels ten behoeve van de eigen binnenlandse vraag.