Marktontwikkeling: IJzer en staal (CN 72) — 2015–2025
Inleiding
Dit rapport analyseert de handelsontwikkeling van de Europese Unie in gietijzer, ijzer en staal (gecombineerde nomenclatuur 72) over de periode 2015–2025. De analyse is gebruip op jaarlijkse handelsgegevens met niet-EU-landen als partnergroep. CN 72 omvat een breed scala aan producten — van ruwe grondstoffen zoals ferrolegeringen en schroot, via halffabricaten, tot eindproducten als gewalste plaatproducten, profielen en draad (Scope & Definitions).
De onderzochte periode wordt gekenmerkt door drie cruciale dynamieken: een fundamentele kloof tussen volumetrends en waarde-ontwikkelingen, een structurele verschuiving in de importafhankelijkheid van de EU, en sterk uiteenlopende prestaties op productniveau. De ijzer- en staalmarkt doorliep in deze periode een turbulent traject — van de nasleep van de wereldwijde overcapaciteitscrisis, via de coronapandemie en de energiecrisis, tot de geopolitieke herstructurering als gevolg van sancties tegen Rusland.
1. Waardestijging ondanks krimpende volumes: de prijsdynamiek als dominante kracht
1.1 De export: stabiele waarde bij dalende volumes
De totale EU-export van ijzer en staal naar niet-EU-landen vertoont een opmerkelijk patroon: de waarde bleef relatief stabiel (+5,4%, van €26,5 miljard in 2015 tot €28,0 miljard in 2025), terwijl het volume met 14,9% daalde (van 39,5 miljoen ton tot 33,6 miljoen ton). Deze kloof wordt verklaard door de sterke prijsstijging: de gemiddelde exportprijs steeg met 23,8%, van €672 per ton in 2015 tot €831 per ton in 2025 (Overzicht handel).
1.2 De import: forse groei in waarde en volume
De importontwikkeling is nog uitgesprokener. De importwaarde steeg met 39,3% (van €28,0 miljard tot €39,0 miljard), terwijl het importvolume slechts met 7,1% groeide (van 50,4 miljoen ton tot 54,0 miljoen ton). De gemiddelde importprijs nam toe van €556 per ton tot €723 per ton (+30,0%). Dit betekent dat de EU meer ijzer en staal is gaan importeren, en daar per ton fors meer voor is gaan betalen.
1.3 Prijspieken en de jaren 2021–2022 als uitschieters
De maximale gemiddelde exportprijs werd bereikt op €1.062 per ton (2022), en de maximale importprijs op €1.138 per ton (eveneens 2022). Dit weerspiegelt de mondiale staalprijsexplosie als gevolg van de post-COVID-vraagherstel, verstoorde toeleveringsketens, de energiecrisis na de Russische inval in Oekraïne, en de daarmee samenhangende grondstofkostenstijging. Het minimum in importprijzen lag in 2016 (€496/ton), een periode van wereldwijde overcapaciteit en dumpingzorgen.
1.4 Het handelstekort verslechtert structureel
Het EU-handelstekort in ijzer en staal verslechterde drastisch: van een tekort van €1,5 miljard in 2015 tot €11,1 miljard in 2025 (een verslechtering van 638%). Het dieptepunt werd bereikt in 2022 met een tekort van €18,7 miljard. Dit illustreert dat de EU steeds afhankelijker wordt van import van ijzer en staal, zowel in volume als — en vooral — in waarde.
| Indicator | 2015 | Minimum | Maximum | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|---|---|
| Exportwaarde (€ mld) | 26,5 | 24,4 (2020) | 39,6 (2022) | 28,0 | +5,4% |
| Exportvolume (mln t) | 39,5 | 33,6 (2025) | 43,9 | 33,6 | −14,9% |
| Exportprijs (€/ton) | 672 | 589 | 1.062 | 831 | +23,8% |
| Importwaarde (€ mld) | 28,0 | 25,1 (2020) | 58,3 (2022) | 39,0 | +39,3% |
| Importvolume (mln t) | 50,4 | 42,9 (2020) | 56,7 | 54,0 | +7,1% |
| Importprijs (€/ton) | 556 | 496 | 1.138 | 723 | +30,0% |
| Handelssaldo (€ mld) | −1,5 | −18,7 (2022) | −0,7 | −11,1 | −638% |
2. Herstructurering van handelsrelaties: van Rusland naar nieuwe partners
2.1 Importpartners: de neergang van Rusland en de opkomst van Turkije en India
De herkomst van EU-ijzer- en staalimport onderging ingrijpende verschuivingen. Rusland, in 2015 de grootste individuele importpartner (€4,1 miljard), zag zijn export naar de EU dalen met 46,3% tot €2,2 miljard in 2025. Dit is het directe gevolg van de EU-sancties na de Russische inval in Oekraïne in 2022. Ook Oekraïne — een traditioneel belangrijke staalexporteur — bleef vrijwel stabiel (€2,4 mld → €2,2 mld), zij het met grote schommelingen door de oorlog.
Tegelijkertijd nam het belang van Turkije als importpartner enorm toe: +269,6%, van €1,0 miljard tot €3,8 miljard. India verdubbelde bijna (+133,4%, van €1,4 mld tot €3,2 mld), en Zuid-Korea zelfs meer dan verdubbelde (+101,7%, van €1,7 mld tot €3,4 mld). China bleef relatief stabiel rond de €4 miljard (Top partners — import).
| Importpartner | 2015 (€ mld) | 2025 (€ mld) | Verandering |
|---|---|---|---|
| Rusland | 4,1 | 2,2 | −46,3% |
| China | 4,1 | 4,2 | +3,2% |
| Oekraïne | 2,4 | 2,2 | −11,6% |
| VK | 3,5 | 2,6 | −24,3% |
| Turkije | 1,0 | 3,8 | +269,6% |
| India | 1,4 | 3,2 | +133,4% |
| Zuid-Korea | 1,7 | 3,4 | +101,7% |
2.2 Exportpartners: relatief stabiel met enkele uitschieters
Aan de exportzijde bleef het partnerpatroon stabieler. Turkije bleef de grootste exportbestemming (€3,7 mld → €5,2 mld, +41,7%), gevolgd door de Verenigde Staten (€3,8 mld → €4,4 mld, +15,8%) en het Verenigd Koninkrijk (€3,6 mld → €3,7 mld, +2,5%). Algerije vertoonde de meest dramatische daling: van €1,9 miljard in 2015 tot slechts €0,3 miljard in 2025 (−86,6%), terwijl Egypte juist sterk groeide (+119,8%) (Top partners — export).
2.3 Concentratie: gediversifieerde import, geconcentreerdere export
De Herfindahl-Hirschman-index (HHI) voor import daalde van 845 tot 606 (−28,3%), wat duidt op een spreiding van importbronnen — een logisch gevolg van de verschuiving weg van Rusland. Voor export steeg de HHI juist van 785 tot 943 (+20,1%), hetgeen wijst op een grotere concentratie op enkele belangrijke afzetmarkten (Concentratie).
2.4 Volatiliteit en schokken: 2021 als kantelpunt
De volatiliteitsanalyse bevestigt het beeld van een instabiele periode. De meeste handelsrelaties vertonen een variatiecoëfficiënt (CV) tussen 0,10 en 0,45, met uitschieters naar boven voor Vietnam (import-CV: 0,97) en Algerije (export-CV: 1,14). De grootste prijsschokken vielen in 2021, onder meer bij export naar Egypte (abnormaliteitsscore: 48,5, prijsverschuiving: +29,8%), import uit Turkije (abnormaliteit: 21,1, prijsverschuiving: +53,2%) en export naar India (abnormaliteit: 13,4, prijsverschuiving: +53,0%) (Volatiliteit).
3. Productsegmenten: schroot leidt de export, halffabricaten domineren de import
3.1 De import: warmgewalste plaat en halffabricaten als kernproducten
De import van de EU wordt gedomineerd door een beperkt aantal productcategorieën. De drie grootste importproducten naar volume in 2025 zijn:
| Product | Omschrijving | Volume 2025 (mln t) | Waarde 2025 (€ mld) | Prijs 2025 (€/ton) |
|---|---|---|---|---|
| 7208 | Warmgewalste platte producten (≥600 mm) | 11,5 | 6,6 | 572 |
| 7207 | Halffabricaten | 8,9 | 4,1 | 457 |
| 7210 | Geplateerde/beklede platte producten (≥600 mm) | 6,4 | 5,3 | 830 |
De import van warmgewalste platte producten (CN 7208) vertoonde een volumestijging van 9,3 miljoen ton (2015) naar 11,5 miljoen ton (2025). De import van geplateerde en beklede producten (7210) groeide van 3,9 naar 6,4 miljoen ton (+65%). Ferrolegeringen (7202) vertegenwoordigden een aanzienlijke waarde (€4,1 miljard in 2025) bij een relatief beperkt volume (2,3 miljoen ton), met een hoge gemiddelde prijs van €1.827/ton — het hoogst van alle subcategorieën (Productsegmenten).
3.2 De export: schroot als volumekampioen
Aan de exportzijde is het beeld fundamenteel anders. Schroot (CN 7204) is met afstand het grootste exportproduct naar volume: 15,8 miljoen ton in 2025, een stijging van 72% ten opzichte van 2015 (9,1 miljoen ton). Dit weerspiegelt de rol van de EU als belangrijke schrootleverancier aan de rest van de wereld. De waarde bedroeg €5,1 miljard in 2025 (prijs: €326/ton).
Opmerkelijk is de sterke daling van de export van warmgewalste platte producten (7208): van 5,0 miljoen ton in 2015 naar 2,1 miljoen ton in 2025 (−58%). Eveneens sterk dalend: warmgewalste staven en profielen (7214: −78% in volume) en walsdraad (7213: −57%). Deze dalende exportvolumes in hogewaarde-producten onderstrepen de structurele competitieve uitdagingen van de Europese staalindustrie.
3.3 Prijsontwikkelingen per segment: een gemeenschappelijke piek in 2022
Alle productcategorieën vertoonden een gemeenschappelijk patroon: een prijsdaling in 2016, een geleidelijk herstel tot 2020, een spectaculaire stijging in 2021–2022, en vervolgens een correctie in 2023–2025. De prijsstijgingen waren het meest uitgesproken bij ferrolegeringen (7202), waar de importprijs steeg van €1.421/ton (2015) naar een piek van €2.805/ton (2022) — een verdubbeling. Bij geplateerde producten (7210) steeg de exportprijs van €726/ton naar €1.467/ton (2022). Hoewel de prijzen in 2025 zijn gecorrigeerd, liggen ze nog steeds substantieel boven het niveau van 2015.
4. Kwetsbaarheid en afhankelijkheid: de EU als netto-importeur
4.1 Netto-importafhankelijkheid: van marginaal naar structureel
De netto-importafhankelijkheid van de EU in ijzer en staal vertoont een zorgwekkende trend. Van een marginaal niveau van 1,1% in 2015 steeg dit naar 5,3% in 2025, met een piek van 9,1% in 2022. In 2018 was de EU zelfs even netto-exporteur (−4,4%), maar sindsdien is de afhankelijkheid structureel gestegen (Netto-importafhankelijkheid).
4.2 Handelsintensiteit en exportneiging nemen toe
De handelsintensiteit (handel als aandeel van de productie) steeg van 20,7% naar 28,4%, en de exportneiging van 11,1% naar 14,2%. Deze stijging duidt op een toenemende internationalisering van de EU-staalmarkt — zowel aan de inkoop- als de verkoopzijde. Dit maakt de EU weliswaar blootgesteld aan mondiale marktschommelingen, maar creëert tegelijkertijd afzetmogelijkheden (Handelsintensiteit).
3.3 Specialisatie: grote spreiding tussen lidstaten
Binnen de EU bestaan aanzienlijke verschillen in specialisatie. Finland (RSCA: 0,55), Luxemburg (0,45), Oostenrijk (0,31), België (0,24) en Slowakije (0,20) zijn de meest gespecialiseerde staalexporteurs. Aan de andere kant vertonen Ierland (RSCA: −0,93), Malta (−0,70), Hongarije (−0,54), Litouwen (−0,43) en Kroatië (−0,39) een duidelijk gebrek aan specialisatie, hetgeen overeenkomt met hun rol als netto-importeurs (Specialisatie).
Binnen de EU zijn de belangrijkste importlanden Italië (€10,4 mld in 2025, +52,8%), België (€5,1 mld, +48,2%), Nederland (€4,1 mld, +23,2%) en Spanje (€4,1 mld, +46,6%). Duitsland valt op door een daling van de import met 45,9% (van €2,9 mld naar €1,6 mld), hetgeen samenhangt met de industriële neergang in de Duitse maakindustrie. Op de exportzijde blijft Duitsland de dominante speler (€5,4 mld), gevolgd door Nederland (€3,2 mld), België (€2,9 mld) en Zweden (€2,8 mld) (Rapporterende landen).
Conclusie
De EU-ijzer- en staalmarkt onderging tussen 2015 en 2025 een fundamentele transformatie. Drie ontwikkelingen staan centraal.
Ten eerste heeft de prijs de waardeontwikkeling gedreven, niet het volume. De export daalde in volume met bijna 15%, maar de waarde bleef stabiel door hogere prijzen. De import groeide slechts beperkt in volume, maar de waarde steeg met bijna 40%. Dit wijst op een structureel duurder wordende markt, waarbij de EU als netto-importeur steeds meer betaalt voor zijn ijzer- en staalbehoefte.
Ten tweede heeft de geopolitieke verschuiving — met name de sancties tegen Rusland — geleid tot een radicale herstructurering van de importstromen. Turkije, India en Zuid-Korea hebben het gedeeltelijk opgevuld, en de importconcentratie is gedaald. Tegelijkertijd is de export geconcentreerder geworden, met een hogere afhankelijkheid van enkele grote afnemers.
Ten derde verschilt de productdynamiek sterk per segment. De EU exporteert steeds meer schroot en steeds minder geproduceerde staalproducten. De import wordt gedomineerd door halffabricaten en warmgewalste plaat, hetgeen suggereert dat de EU in toenemende mate een verwerkende rol speelt in plaats van een volledig geïntegreerde staalketen te onderhouden. De stijging van de netto-importafhankelijkheid van 1,1% naar 5,3%, met een piek van 9,1% in 2022, onderstreept het strategische belang van het Europese staalbeleid en de noodzaak tot investeringen in binnenlandse productiecapaciteit.