Marktontwikkeling: Steen gips en cementwaren (CN 68) — 2015–2025
Inleiding
Dit rapport analyseert de handelsontwikkeling van de EU met derde landen in productgroep CN 68 — Werken van steen, van gips, van cement, van asbest, van mica en van dergelijke stoffen — over de periode 2015–2025. De productgroep omvat een breed scala aan artikelen: van natuurstenen bestrating en cementbetonproducten tot isolatiemateriaal, asfaltwerken en koolstofvezelproducten. De periode wordt gekenmerkt door drie belangrijke ontwikkelingen: een stijging van de handelswaarde ondalanks dalende volumes, sterke geopolitieke verschuivingen in het leverancierslandschap, en een herstructurering van de productsegmenten.
Een overzicht van het productbereik en de definities geeft aan dat de EU in 2025 een structureel handelsoverschot van ruim €3,3 miljard realiseerde op CN 68, met een totale exportwaarde van €8,5 miljard tegenover €5,2 miljard aan import. Dit betekent dat de EU een netto-exporteur is met een netto-importafhankelijkheid van −5,8% in 2025 (tegenover −4,4% in 2015).
1. Waardestijging zonder volumegroei: de prijsdynamiek bepaalt het handelsbeeld
1.1 Export: waardestijging van 21% bij volumedaling van 17%
De meest opvallende trend in de gehele periode is de discrepantie tussen waarde- en volumeprestaties. De EU-export steeg in waarde van €7,0 miljard (2015) naar €8,5 miljard (2025), een stijging van 21,1%. Tegelijkertijd daalde het exportvolume van 7,9 miljoen ton naar 6,6 miljoen ton, een daling van 17,0%. De gemiddelde exportprijs steeg daarmee met 46,0%: van €886 per ton in 2015 naar €1.293 per ton in 2025.
Ook bij de import zien we een vergelijkbaar patroon, zij het minder uitgesproken. De importwaarde groeide van €3,9 miljard naar €5,2 miljard (+32,3%), terwijl het volume nagenoeg gelijk bleef (4,8 miljoen ton). De importprijs steeg met 31,2% (van €815 naar €1.070 per ton).
| Indicator | 2015 | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Exportwaarde (€ mrd) | 7,0 | 8,5 | +21,1% |
| Exportvolume (mln ton) | 7,9 | 6,6 | −17,0% |
| Exportprijs (€/ton) | 886 | 1.293 | +46,0% |
| Importwaarde (€ mrd) | 3,9 | 5,2 | +32,3% |
| Importvolume (mln ton) | 4,8 | 4,8 | +0,9% |
| Importprijs (€/ton) | 815 | 1.070 | +31,2% |
| Handelsoverschot (€ mrd) | 3,1 | 3,3 | +7,1% |
1.2 Prijsstijging gedreven door grondstofkosten en energieprijzen
De forse prijsstijgingen sinds 2021 — het jaar waarin mondiale toeleveringsketens onder druk kwamen te staan — wijzen op structurele kostenstijgingen in de bouwmaterialensector. Zowel energieprijzen (essentieel voor cement- en isolatieproductie) als grondstof- en transportkosten zijn in deze periode sterk gestegen. Het feit dat de exportprijs (€1.333/ton piek in 2025) harder steeg dan de importprijs (€1.229/ton piek), kan erop duiden dat EU-exporteurs producten met een hogere toegevoegde waarde verschepen.
1.3 De EU als structurele netto-exporteur
Gedurende de gehele periode bleef de EU een netto-exporteur van CN 68-producten. Het handelsoverschot varieerde van €2,8 miljard (minimum, 2022) tot €3,6 miljard (2019). In combinatie met de gestage exportpropensiteit (van 8,6% naar 14,2% van de productie) en handelsintensiteit (van 12,4% naar 21,1%) toont dit aan dat CN 68 steeds internationaler verhandeld wordt, zonder dat de EU haar concurrentiepositie verliest.
2. Geopolitieke herschikking: sancties, handelsverdraging en nieuwe leveranciers
2.1 Verdwijning van Russische en Wit-Russische import
De meest dramatische verschuiving in het importlandschap betreft de uitval van twee voormalige leveranciers als gevolg van sancties na de Russische invasie in Oekraïne:
| Partnerland | 2015 (€ mln) | 2025 (€ mln) | Verandering | CV |
|---|---|---|---|---|
| Russische Federatie | 77,4 | 1,5 | −98,1% | 0,73 |
| Wit-Rusland | 13,3 | 1,0 | −92,5% | 0,90 |
Gegevens over leveranciersvolatiliteit tonen aan dat deze landen de hoogste variatiecoëfficiënten vertonen van alle importpartners, respectievelijk 0,73 en 0,90. De analyse van toeleverschokken bevestigt een prijsschok bij Wit-Rusland in 2023 (abnormaliteit 6,8, prijsstijging +220%) en een leveringsschok bij Rusland in 2024 (abnormaliteit 3,2, volumedaling −99,4%).
2.2 De opkomst van Turkije als strategische leverancier
De grootste winnaar in het importlandschap is onmiskenbaar Turkije. De importwaarde vanuit Turkije steeg van €152 miljoen (2015) naar €468 miljoen (2025) — een stijging van 207,5%. Turkije is daarmee naar waarde gestegen van een marginale leverancier tot de tweede importpartner na China.
Deze groei weerspiegelt deels een substitutie-effect: producten die voorheen uit Rusland en Wit-Rusland kwamen, worden nu via Turkije betrokken. Bovendien speelt de douane-unie EU-Turkije een rol: veel CN 68-producten vallen onder het preferentiële regimes, waardoor Turkije zich als kosteneffectieve Europese leverancier kan positioneren. De volatiliteit van de Turkse leveringen (CV 0,42) wijst overigens op nog instabiele handelsstromen.
2.3 China als dominante maar stabiele importpartner
China bleef gedurende de gehele periode de grootste importpartner met een importwaarde die groeide van €1,1 miljard naar €1,4 miljard (+30,3%). De volatiliteit vanuit China is relatief beheersbaar (CV 0,30), wat een stabiele toevoerketen suggereert. Deze dominantie concentreert zich met name in segment 6815 (overige stenen en minerale werken) en 6810 (cement- en betonproducten), waar China als goedkope leverancier van massaproducten fungeert.
Opmerkelijk is dat de concentratie-index (HHI) voor import licht daalde van 1.443 naar 1.302 (−9,8%), wat wijst op een marginale diversificatie van het importlandschap, ondanks de China-dominantie.
2.4 Exportpartners: nabijheid en groeimarkten
De top-exportpartners worden gedomineerd door buurlanden en grote afzetmarkten:
| Exportpartner | 2015 (€ mln) | 2025 (€ mln) | Verandering |
|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk | 1.130 | 1.432 | +26,7% |
| Verenigde Staten | 1.316 | 1.810 | +37,6% |
| Zwitserland | 683 | 841 | +23,1% |
| Noorwegen | 299 | 304 | +1,8% |
| Marokko | 112 | 166 | +47,3% |
| Saudi-Arabië | 196 | 192 | −2,2% |
| Servië | 46 | 116 | +150,9% |
Het Verenigd Koninkrijk en de VS zijn de twee grootste afnemers, waarbij de VS-export een opvallend hoge groei laat zien (+37,6%). Servië vertoont de sterkste relatieve groei (+150,9%), wat kan samenhangen met de EU-uitbreidingsintegratie en de nabijheidsvoordelen. De export naar het VK bleef relatief stabiel ondanks de Brexit, wat de verwevenheid van de Britse bouwsector met EU-leveranciers bevestigt.
3. Segmentherstructurering en verschuivingen in productiespreiding
3.1 Cement- en betonproducten (6810): het snelst groeiende importsegment
Binnen de import vertoont segment 6810 (Werken van cement, van beton of van kunststeen) de meest opvallende groei. Het importvolume steeg van 444.069 ton (2015) naar een piek van 1.475.889 ton in 2021, waarna het afzwakte tot 943.832 ton in 2025. In waarde groeide het segment van €235 miljoen naar €470 miljoen.
De importprijs daalde aanvankelijk (van €528/ton in 2015 tot €293/ton in 2020), hetgeen wijst op een toestroom van goedkope producten, mogelijk uit China en Turkije. Vanaf 2021 steeg de prijs scherp naar €550/ton in 2022, waarschijnlijk onder invloed van energie- en grondstofkosten.
3.2 Steenwaren (6802): de waardevolste categorie maar met krimpend volume
Segment 6802 (Werken van steen, bewerkte steen daaronder begrepen) is bij zowel import als export de waardevolste subcategorie. De importwaarde fluctueerde rond de €850–1.250 miljoen, met een piek van €1.250 miljoen in 2022. Het exportvolume daalde echter gestaag van 2,3 miljoen ton naar 1,4 miljoen ton (−40%), terwijl de exportwaarde relatief stabiel bleef (€1,8–1,9 miljard). De exportprijs verdubelde bijna: van €863/ton naar €1.331/ton.
3.3 Asfaltproducten (6807): een sector in neergang
Het segment 6807 (Werken van asfalt of van dergelijke producten) vertoont de sterkste daling van alle subcategorieën:
| Indicator | 2015 | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Import (ton) | 238.777 | 66.351 | −72,2% |
| Import (€ mln) | 90 | 55 | −38,8% |
| Export (ton) | 519.200 | 411.864 | −20,7% |
| Export (€ mln) | 309 | 353 | +14,1% |
De import halveerde in volume en nam met bijna 40% af in waarde. Tegelijkertijd bleef de exportwaarde groeien ondanks een dalend volume, hetgeen een opwaardering van het product gamma weerspiegelt. De combinatie van een krimpende export en een nog sneller krimpende import leidt tot een versterking van de EU-positie als netto-exporteur.
3.4 Het herschuimde productietapijt
De EU-binnenlandse productie van CN 68-producten daalde in volume met 18,0% (van 316 miljard kg naar 259 miljard kg), terwijl de productiewaarde met 44,1% steeg (van €38,5 miljard naar €55,5 miljard). Dit bevestigt het algemene patroon: producenten maken minder, maar verkopen duurder.
3.5 Specialisatie scheidt de lidstaten
De specialisatie-analyse voor 2025 onthult een duidelijke tweedeling:
| Meest gespecialiseerd | RSCA | Minst gespecialiseerd | RSCA |
|---|---|---|---|
| Kroatië | 0,47 | Cyprus | −0,99 |
| Letland | 0,44 | Malta | −0,99 |
| Estland | 0,32 | Ierland | −0,75 |
| Portugal | 0,31 | Zweden | −0,48 |
| Slovenië | 0,28 | Roemenië | −0,43 |
Kleine en middelgrote lidstaten met beschikbare grondstoffen (Kroatië, Letland, Estland, Portugal, Slovenië) tonen een sterke specialisatie in CN 68. Grote geïndustrialiseerde economieën en eilanden (Cyprus, Malta, Ierland, Zweden) tonen nauwelijks specialisatie, vermoedelijk omdat hun handelsprofiel door andere sectoren wordt gedomineerd.
Conclusie
De handel van de EU in CN 68-producten over de periode 2015–2025 wordt gekenmerkt door drie structurele thema's. Ten eerste heeft de sector een sterke prijsinflatie ondergaan, waarbij de exportwaarde steeg ondanks een dalend volume — een teken van kostenstijgingen en/of een opschuiving naar producten met hogere toegevoegde waarde. Ten tweede heeft het sanctieregime tegen Rusland en Wit-Rusland geleid tot een herschikking van het leverancierslandschap, met Turkije als de grote begunstigde en China als de stabiele dominante kracht. Ten derde verschuiven de productiesegmenten: cement- en betonproducten groeien sterk in import, terwijl asfaltproducten structureel krimpen.
De EU blijft structureel concurrerend in deze productgroep, met een groeiende exportpropensiteit (8,6% → 14,2%) en een stabiel handelsoverschot van circa €3 miljard. De concentratie van de export (HHI 980) is laag en stijgend, wat een licht toenemende afhankelijkheid van enkele grote afnemers suggereert — met name de VS en het VK. De behoefte aan diversificatie van zowel inkomende als uitgaande stromen blijft een aandachtspunt in het licht van toenemende geopolitieke onzekerheid.