Live data verkennen

Marktontwikkeling: Kleding (CN 62) — 2015–2025

Inleiding

Dit rapport analyseert de ontwikkeling van de EU-handel in geweven kleding en kledingtoebehoren (GN-code 62, uitgezonderd brei- en haakwerk) over de periode 2015–2025. De EU is wereldwijd de grootste importeur van kleding, met een handelstekort dat in 2025 €22,8 miljard bedraagt. Tegelijkertijd speelt de EU — en met name Italië, Frankrijk en Duitsland — een belangrijke rol als exporteur van hoogwaardige kledingproducten. De periode 2015–2025 wordt gekenmerkt door drie fundamentele structurele verschuivingen: een ineenstorting van de binnenlandse productiecapaciteit, een heroriëntatie van inkoopbronnen weg van China richting Zuid- en Zuidoost-Azië, en een opwaardering van het exportprofiel richting premiumsegmenten — dit alles tegen de achtergrond van de COVID-19-pandemie, het verlies van belangrijke exportmarkten door geopolitieke schokken, en de structurele Brexit-impact.

De analyse is gebaseerd op handelsgegevens tussen de EU en niet-EU-landen en EU-interne productiegegevens op basis van PRODCOM-gegevens.


1. De implosie van de Europese kledingproductie en de versnellende importafhankelijkheid

1.1 Binnenlandse productie in vrije val

De EU-productie van geweven kleding (CN 62) vertoont over de volledige periode een dramatische neergaande trend. Het productievolume daalde van 2,317 miljoen stuks in 2015 tot 800 miljoen stuks in 2025, een daling van 65,5%. De productiewaarde daalde in dezelfde periode van €19,8 miljard tot €12,5 miljard (−37,2%).

Indicateur 2015 2020 2025 Verandering 2015→2025
Productievolume (mln stuks) 2.317 642 800 −65,5%
Productiewaarde (€ mld) 19,8 9,6 12,5 −37,2%

Bron: Productievolumes op het Trade Dashboard

De productiecrisis vertoont twee duidelijke fasen. Vóór 2020 was er al een gestage daling, waarschijnlijk gedreven door verplaatsing van productie naar lagelonenlanden. De COVID-19-pandemie veroorzaakte een acute schok: in 2020 kelderde het volume tot het dieptepunt van 642 miljoen stuks. Hoewel zich daarna een gedeeltelijk herstel voordeed (tot 800 miljoen stuks in 2025), bleef het niveau ver onder het startpunt. Opmerkelijk is dat de waarde zich relatief sterker herstelde dan het volume, wat erop wijst dat de overgebleven productie verschuift richting hogewaarde-artikelen.

1.2 Importen groeien in volume — exporten groeien in waarde

Tegenover de dalende productie staat een gestage groei van de import. Het importvolume nam toe van 1,65 miljoen ton (2015) tot 1,92 miljoen ton (2025), een stijging van 16,7%. De importwaarde groeide van €36,0 miljard tot €43,8 miljard (+21,5%). Opvallend is dat de importprijs per ton relatief stabiel bleef: van €21.872/t naar €22.776/t (+4,1%), wat wijst op een structurele instroom van relatief goedkope massa-kleding.

Indicator 2015 2025 Verandering
Importen
Waarde (€ mld) 36,0 43,8 +21,5%
Volume (×1.000 t) 1.647 1.923 +16,7%
Prijs (€/t) 21.872 22.776 +4,1%
Exporten
Waarde (€ mld) 17,3 21,0 +21,5%
Volume (×1.000 t) 280 242 −13,8%
Prijs (€/t) 61.769 87.091 +41,0%
Handelstekort (€ mld) −18,7 −22,8 −21,5%

Bron: Overzicht handelsstromen

Bij de exporten zien we een fundamentale andere dynamiek: het volume daalde met 13,8% (van 280.000 naar 242.000 ton), maar de waarde steeg desondanks met 21,5% (van €17,3 miljard naar €21,0 miljard). De exportprijs per ton explodeerde van €61.769 naar €87.091 (+41,0%) — bijna 4 keer hoger dan de importprijs. Dit prijsverschil onderstreept de structurele differentiatie van de EU-kledinghandel: de EU importeert massa-kleding tegen lage eenheidsprijzen en exporteert hoogwaardige, vaak merkgebonden kleding tegen aanzienlijk hogere prijzen.

1.3 Netto-importafhankelijkheid neemt extreme vormen aan

De meest verontrustende ontwikkeling is de spectaculaire stijging van de netto-importafhankelijkheid: van 10,9% in 2015 tot 60,8% in 2025 — een toename van 456%. Dit cijfer geeft de mate aan waarin de EU voor de kledingconsumptie afhankelijk is van importen (gerelateerd aan binnenlands verbruik). Het maximum werd bereikt in een tussengelegen jaar op 66,0%.

Bron: Netto-importafhankelijkheid

Parallel daaraan steeg de handelsintensiteit (totale handel gedeeld door productie) van 35,0% naar 117,2% (+235,5%), en de exportneiging (export gedeeld door productie) van 16,3% naar 174,0% (+965%). Dat de exportneiging boven de 100% ligt, betekent dat de EU meer kleding exporteert dan zij zelf produceert — een indicatie van aanzienlijke wederuitvoer van geïmporteerde kleding, of van een productie die zich concentreert in het hoogste segment van de markt.


2. Heroriëntatie van inkoopbronnen: China stabiliseert, Zuid- en Zuidoost-Azië groeit explosief

2.1 China blijft dominant maar verliest momentum

China was en blijft de grootste leverancier van kleding aan de EU, met een importwaarde van €13,3 miljard in 2025. Over de volledige periode bleef deze waarde echter vrijwel vlak (−1,0%). Tussen 2015 en 2025 schommelde de waarde tussen een minimum van €11,2 miljard en een maximum van €14,6 miljard, met een gemiddeld niveau dat nauwelijks veranderde. Het aandeel van China in de totale EU-kledingimport daalde daarmee impliciet van circa 37% naar circa 30%.

Leverancier Waarde 2015 (€ mld) Waarde 2025 (€ mld) Verandering
China 13,4 13,3 −1,0%
Bangladesh 4,6 7,7 +66,3%
Türkiye 3,2 3,4 +8,2%
Pakistan 1,1 1,9 +76,5%
Vietnam 1,7 2,5 +49,2%
India 2,0 2,2 +12,0%
Myanmar 0,3 1,3 +401,2%

Bron: Top handelspartners naar waarde

2.2 Bangladesh en Pakistan als grote winnaars

De opvallendste ontwikkeling aan de importzijde is de sterke groei vanuit Zuid-Azië. Bangladesh, de tweede leverancier, zag zijn export naar de EU stijgen van €4,6 miljard naar €7,7 miljard (+66,3%). Pakistan deed het nog sterker (+76,5%, van €1,1 miljard naar €1,9 miljard). Samen goed voor bijna €9,6 miljard in 2025, vertegenwoordigen deze twee landen nu meer dan een vijfde van alle EU-kledingimporten.

De snelle groei van Bangladesh past in het bredere patroon van de verschuiving van productiecapaciteit vanuit China naar lagelonenlanden met gunstige handelspreferentie-regelingen (zoals het Everything But Arms-initiatief van de EU). Pakistan's groei weerspiegelt zowel kostenconcurrentievermogen als een groeiende productiebasis in het middensegment.

2.3 Myanmar: een opvallende maar volatiele opkomst

Myanmar vertoont de meest spectaculaire groei: van €0,3 miljard in 2015 tot €1,3 miljard in 2025 (+401,2%). Het bereikte zelfs een piek van bijna €2,0 miljard in een tussenliggend jaar. Tegelijkertijd vertoont Myanmar het hoogste volatiliteitsniveau van alle importbronnen, met een variatiecoëfficiënt (CV) van 0,47 — veruit het hoogste van de topimportleveranciers.

Bron: Volatiliteit van handelsstromen

De hoge volatiliteit van Myanmar weerspiegelt zowel de nog jonge en kwetsbare productiebasis als politieke instabiliteit in het land. Desondanks heeft Myanmar zich gevestigd als een significante bron van EU-kledingimport.

2.4 Concentratie van de import neemt af

De Herfindahl-Hirschman-index (HHI) voor importen daalde van 1.778 (2015) naar 1.456 (2025), een daling van 18,1%. Dit bevestigt de structurele diversificatie van importbronnen. Terwijl China in 2015 de importstroom nog sterk domineerde, heeft de opkomst van Bangladesh, Pakistan, Vietnam en Myanmar gezorgd voor een meer gebalanceerd leverancierslandschap.

De HHI voor exporten daalde eveneens, van 921 naar 817 (−11,3%), wat aantoont dat ook de exportbestemmingen zijn gediversifieerd.

Concentratie-indicator 2015 2025 Verandering
HHI Importen (waarde) 1.778 1.456 −18,1%
HHI Exporten (waarde) 921 817 −11,3%

Bron: Concentratie-indicatoren

2.5 Prijschokken in de toeleveringsketen

In 2022 werden significante prijschokken gedetecteerd in de importstromen vanuit Pakistan (+20,5%, abnormaliteit 11,3) en Bangladesh (+20,5%, abnormaliteit 6,2). Deze schokken vielen samen met de wereldwijde inflatoire druk van 2022, gedreven door stijgende grondstof- en energiekosten als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Aangezien Zuid-Aziatische producenten sterk afhankelijk zijn van geïmporteerde grondstoffen (met name katoen en synthetische vezels), vertaalde de grondstoffeninflatie zich direct in hogere eenheidsprijzen voor EU-importeurs.

Aan de exportzijde werd in 2023 een opmerkelijke prijschok gedetecteerd voor de uitvoer naar Canada (+61,4%, abnormaliteit 7,0).


3. EU-export: premiumisering onder geopolitieke druk

3.1 Italië domineert de EU-exportpositie

De EU-export van geweven kleding wordt gedomineerd door vier lidstaten, met Italië als onbetwiste koploper.

Lidstaat Exportwaarde 2015 (€ mld) Exportwaarde 2025 (€ mld) Verandering
Italië 6,5 8,1 +25,1%
Frankrijk 2,6 3,8 +42,8%
Duitsland 2,1 3,1 +44,7%
Spanje 2,7 1,7 −35,8%
Nederland 0,6 1,0 +71,4%
Polen 0,2 1,0 +403,4%
Zweden 0,4 0,5 +44,5%

Bron: Top EU-exporterende lidstaten

Italië's positie als exporteur met €8,1 miljard in 2025 weerspiegelt de kracht van het Italiaanse modecluster (merken, design, ambachtelijke kwaliteit). Frankrijk en Duitsland lieten beide sterke groei zien (+42,8% respectievelijk +44,7%). De meest opvallende stijger is echter Polen, waar de export met 403,4% explodeerde van €195 miljoen naar €983 miljoen. Dit wijst op de ontwikkeling van Polen als productiehub voor Europese kledingmerken — een vorm van nearshoring die de capaciteit deels compenseert die de EU als geheel heeft verloren.

Spanje daarentegen vertoont een sterke daling (−35,8%), van €2,7 miljard naar €1,7 miljard. Dit kan samenhangen met de verschuiving van Spaanse fast-fashion-bedrijven (waaronder Inditex) naar directe importmodellen in plaats van EU-gebaseerde productie en wederuitvoer.

3.2 Brexit en sancties: verlies van twee belangrijke markten

De twee grootste dalers aan de exportzijde zijn het Verenigd Koninkrijk en Rusland.

Bestemming Export 2015 (€ mld) Export 2025 (€ mld) Verandering
Verenigd Koninkrijk 3,7 2,6 −29,5%
Rusland 1,2 0,7 −46,4%

Bron: Top exportpartners naar waarde

Het VK was in 2015 de belangrijkste exportbestemming met €3,7 miljard. De daling naar €2,6 miljard (−29,5%) weerspiegelt de handelsfricties als gevolg van Brexit: nieuwe douaneprocedures, reguleringsdivergentie en de oprichting van een handelsbarrière die vóór 2021 niet bestond. De volatiliteitscoëfficiënt van 0,84 voor VK-export is de hoogste van alle exportstromen, wat wijst op aanzienlijke onvoorspelbaarheid sinds 2016.

De export naar Rusland kelderde van €1,25 miljard naar €669 miljoen (−46,4%). De daling versnelde duidelijk na 2022 en is het directe gevolg van EU-sancties als reactie op de Russische invasie in Oekraïne.

3.3 Groeiende export naar de VS, Zwitserland en China

Tegenover deze verliezen staan significante groei bij andere bestemmingen. De export naar de Verenigde Staten steeg met 49,2% (van €1,9 miljard naar €2,9 miljard), die naar Zwitserland met 61,8% (van €2,1 miljard naar €3,3 miljard), en die naar China zelfs met 125,6% (van €841 miljoen naar €1,9 miljard). De groei naar China is bijzonder opmerkelijk: de EU voert nu bijna €1,9 miljard aan geweven kleding uit naar het land dat tegelijkertijd haar grootste importbron is. Dit wijst op een toenemende specialisatie van de Chinese markt in Europees premiumkleding, parallel aan het feit dat China zelf goedkoper produceert voor de EU-markt.

3.4 Premiumisering per productcategorie

De productsegmentgegevens bevestigen het beeld van premiumisering. Bij de importen zijn de volume- en waardeontwikkelingen redelijk met elkaar in evenwicht. Bij de exporten daarentegen stijgen de eenheidsprijzen spectaculair — enkele categorieën verdubbelen of verdrievoudigen zelfs.

Export: eenheidsprijsontwikkeling per ton (selectie)

Productcategorie Prijs 2015 (€/t) Prijs 2025 (€/t) Verandering
6204 — Dameskleding 66.985 91.243 +36,2%
6203 — Herenkostuums/colberts 58.324 84.753 +45,3%
6201 — Herenjassen 72.735 149.911 +106,1%
6206 — Damesblouses 59.930 108.700 +81,4%
6202 — Damesjassen 76.737 116.935 +52,4%

Bron: Productvergelijking

De categorie 6201 (herenjassen) vertoont de extreemste prijsstijging: van €72.735/t naar €149.911/t (+106,1%). Dit gepaard met een volumedaling van 13.556 ton naar 13.136 ton suggereert een verschuiving naar luxeproducten (designer outerwear). Vergelijkbare maar minder extreme patronen zijn zichtbaar bij dameskleding (+36,2%) en damesblouses (+81,4%).

3.5 COVID-19 als structureel keerpunt

De pandemie vormt een duidelijke discontinuïteit in de data. In 2020 daalden zowel het importvolume als de exportwaarde significant. Het meest opvallende effect is echter de importpiek in productcategorie 6210 (kleding van nonwoven/coated textiel): het volume steeg van 126.160 ton (2015) en circa 140.000 ton (2019) tot 242.170 ton in 2020 — een verdubbeling die waarschijnlijk samenhangt met de import van beschermende kleding en medische textielproducten onder dezelfde GN-code. De waarde van deze categorie vertienvoudigde bijna van €1,9 miljard naar €4,9 miljard in 2020. Na 2020 normaliseerde deze stroom grotendeels, met een volume van 156.951 ton in 2025.


Conclusie

De EU-handel in geweven kleding (CN 62) ondergaat in de periode 2015–2025 een fundamentele transformatie gekenmerkt door vier overlappende dynamieken.

Ten eerste is er een onomkeerbare erosie van de Europese productiebasis. Met een daling van 65,5% in productievolume en 37,2% in productiewaarde is de EU in toenemende mate afhankelijk van importen voor haar kledingbehoefte. De netto-importafhankelijkheid van 60,8% in 2025 maakt kleding tot een kwetsbaar domein in termen van toeleveringszekerheid.

Ten tweede heeft een structurele diversificatie plaatsgevonden in de importbronnen. China blijft de grootste leverancier maar groeit niet meer, terwijl Bangladesh, Pakistan, Vietnam en Myanmar gezamenlijk de rol van groeimotor overnemen. Deze diversificatie verlaagt het geconcentreerdheidsrisico, maar introduceert nieuwe kwetsbaarheden — met name de hoge volatiliteit van Myanmar en de prijsgevoeligheid van Zuid-Aziatische bronnen voor grondstoffenshocks.

Ten derde positioneert de EU zich steeds meer als exporteur van hoogwaardige, premium kleding. De exportprijs per ton is in 2025 bijna viermaal hoger dan de importprijs, en de stijging van 41% in de exportprijs over de periode weerspiegelt een verschuiving naar luxe- en designsegmenten. Italië's dominante positie (38% van alle EU-kledingexport) bevestigt dit patroon.

Ten vierde hebben geopolitieke schokken blijvende effecten gehad. Brexit heeft de toegang tot het VK als grootste exportbestemming structureel beperkt (−29,5%). Sancties tegen Rusland hebben een markt van €1,2 miljard grotendeels afgesneden. Tegelijkertijd zijn nieuwe groeimarkten ontstaan (VS, Zwitserland, China), zij het onvoldoende om de verliezen volledig te compenseren.

De combinatie van een dalende productiebasis, groeiende importafhankelijkheid, en verlies van traditionele exportmarkten creëert een structureel kwetsbaar evenwicht. De EU blijft een netto-importeur van kleding, maar de waarde die zij toevoegt door design, merken en kwaliteit zorgt ervoor dat de sector nog steeds een positieve handelsbalans kent op het niveau van de hoogste productcategorieën — al wordt dit voordeel steeds smaller.

Gegenereerd op 2026-08-08. De cijfers weerspiegelen de Eurostat-gegevens op het moment van genereren en bevatten geen latere revisies.

Automatisch gegenereerd: dit rapport is bedoeld om menselijke analyse te versnellen, niet om die te vervangen.

Heb je advies nodig over het Europese handelsbeleid, of vertegenwoordiging van je belangen in Brussel, neem dan contact met me op via support@tradedashboard.eu. Je vindt mijn cv op dit adres.