Marktontwikkeling: Brei- en haakwerk (CN 60) — 2015–2025
Inleiding
Dit rapport analyseert de handelsontwikkeling van de EU in brei- en haakwerk aan het stuk (GN-code 60) over de periode 2015–2025. Deze productcategorie omvat een breed scala aan gebreide en gehaakte stoffen, van poolstoffen en kettingbreiwerk tot elastomeerbevattende stoffen en conventioneel breiwerk van meer dan 30 cm breedte. Het is een sector die vanouds sterk verankerd is in de Europese textielindustrie — met Italië als onbetwiste koploper — maar die in het afgelopen decennium ingrijpende structurele veranderingen heeft ondergaan.
Over de volledige periode blijft de EU een netto-exporteur van brei- en haakwerk, met een handelsoverschot dat groeit van €29,2 miljoen (2015) tot €49,4 miljoen (2025). Tegelijkertijd krimpt de binnenlandse productie fors (−31,4% in volume, −34,2% in waarde), verschuiven de leveranciersrelaties als gevolg van geopolitieke schokken, en neemt de handelsintensiteit van de sector spectaculair toe. De volgende drie secties belichten elk een van deze dynamieken in detail. Meer gedetailleerde gegevens zijn beschikbaar via het overzicht op het Trade Dashboard.
1. De Europese productie krimpt terwijl de sector steeds meer een handels- en verwerkingshub wordt
1.1 Binnenlandse productie daalt structureel
De EU-productie van brei- en haakwerk vertoont over het decennium een onmiskenbare dalende trend. In volume daalt de productie van 470.498 ton (2015) naar 322.565 ton (2025), een daling van 31,4%. In waarde is de krimp nog uitgesprokener: van €3,54 miljard naar €2,33 miljard (−34,2%). De productie kende haar dieptepunt in waarde met €1,85 miljard en in volume met 302.611 ton. Deze cijfers illustreren de voortgaande structurele verplaatsing van textielproductie buiten Europa — een trend die al langer gaande is maar in deze sector nu duidelijk zichtbaar wordt.
| Indicator | 2015 | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Productie (volume) | 470.498 t | 322.565 t | −31,4% |
| Productie (waarde) | €3,54 mrd | €2,33 mrd | −34,2% |
Productievolumes op het Trade Dashboard
1.2 Export daalt licht, maar exportgeneigdheid verdubbelt
Ondanks de productiedaling blijven de EU-uitvoeren relatief stabiel: de exportwaarde daalt slechts marginaal van €1,52 miljard naar €1,47 miljard (−3,3%). Het exportvolume daalt weliswaar met 7,1% (van 131.903 ton naar 122.475 ton), maar de exportprijzen stijgen met 4,1% (van €11.505/ton naar €11.976/ton), wat de waarde gedeeltelijk compenseert.
Opmerkelijker is de spectaculaire stijging van de exportgeneigdheid (export als percentage van de productie): deze verdubbelt bijna, van 35,3% in 2015 tot 67,9% in 2025. Dit betekent dat een steeds groter deel van de EU-productie bestemd is voor de uitvoer — of, anders geformuleerd, dat de EU in toenemende mate importstoffen verwerkt en weer uitvoert. De handelsintensiteit (import + export als percentage van productie) stijgt van 47,2% naar 80,6%.
Exportgeneigdheid op het Trade Dashboard
1.3 Italia dominant als productie- en exportcentrum
Italië is veruit de belangrijkste EU-lidstaat in deze sector, zowel in productie als in handel. In 2025 vertegenwoordigt Italië 22,7% van de EU-productie en is het goed voor €500 miljoen aan export — het hoogste bedrag van alle lidstaten. Italië heeft een RCA van 2,84 en een RSCA van 0,48, wat een sterke gespecialiseerde positie aangeeft.
Ook Spanje (RSCA 0,25), Portugal (RSCA 0,64) en Griekenland (RSCA 0,46) tonen een zekere mate van specialisatie. Aan de andere kant zijn landen als Cyprus (RSCA −0,97), Luxemburg (−0,95) en Ierland (−0,93) bijzonder weinig gespecialiseerd in dit product.
Specialisatiegraad per lidstaat op het Trade Dashboard
2. Geopolitieke schokken en supply chain-verschuivingen herstructureren de importstromen
2.1 China verstevigt zijn positie als dominante leverancier
De EU-importen van brei- en haakwerk zijn over de periode relatief stabiel in volume (280.074 ton in 2015, 283.723 ton in 2025, +1,3%), maar de waarde daalt met 4,8% — wat wijst op dalende importprijzen (van €5.314/ton naar €4.996/ton, −6,0%). Binnen deze stabiele totale import verschuiven de leveranciersrelaties echter aanzienlijk.
China is de grootste leverancier en vergroot zijn aandeel sterk: de importwaarde stijgt van €480 miljoen naar €629 miljoen (+31,0%). China is daarmee goed voor ruim 44% van de totale EU-importwaarde in 2025. De HHI-concentratiegraad voor importen stijgt dan ook van 2.769 naar 2.983 (+7,7%), wat duidt op een toenemende concentratie van de invoerbronnen.
| Leverancier | Importwaarde 2015 | Importwaarde 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| China | €480 mln | €629 mln | +31,0% |
| Turkije | €587 mln | €438 mln | −25,4% |
| Zuid-Korea | €144 mln | €49 mln | −65,9% |
| Verenigd Koninkrijk | €96 mln | €69 mln | −28,0% |
| Vietnam | €12 mln | €12 mln | −1,0% |
Importpartners op het Trade Dashboard
2.2 Turkije verliest terrein na jaren van prijsschokken
Turkije, dat in 2015 de tweede leverancier was met €587 miljoen, ziet zijn export naar de EU dalen tot €438 miljoen (−25,4%). Opmerkelijk is dat Turkije ook een belangrijke exportpartner is voor de EU (€68 miljoen in 2025), wat wijst op een heen-en-weerhandel (back-and-forth trade) die typerend is voor nearshoring-relaties. De volatiliteit van de EU-export naar Turkije is echter hoog (coëfficiënt van variantie van 0,55), wat suggereert dat deze relatie gevoelig is voor schommelingen.
Volatiliteitsanalyse op het Trade Dashboard
2.3 Prijsschokken in Oost-Europa en de nabije omtrek
De data detecteert meerdere significante prijsschokken. De meest uitgesproken is de prijsschok bij de EU-export naar Oekraïne in 2022, met een abnormaliteitsscore van 96,0 en een prijsverschuiving van +17,8%. Dit valt samen met het begin van de Russisch-Oekraïense oorlog en de daarmee gepaard gaande verstoring van handelsroutes en kostprijsstijgingen.
Ook bij de export naar Rusland wordt een prijsschok gedetecteerd in 2023 (abnormaliteit 8,7, prijsstijging +55,9%), en bij Marokko in 2022 (abnormaliteit 7,3, +16,0%). Deze schokken bevestigen de gevoeligheid van de sector voor geopolitieke spanningen, met name in de nabije-toeleveringsketens.
| Schok | Richting | Jaar | Abnormaliteit | Prijsverschuiving |
|---|---|---|---|---|
| Oekraïne | Export | 2022 | 96,0 | +17,8% |
| Rusland | Export | 2023 | 8,7 | +55,9% |
| Marokko | Export | 2022 | 7,3 | +16,0% |
Schokdetectie op het Trade Dashboard
2.4 Afrika en de Middellandse Zee als stabiele nearshoringbestemmingen
Marokko en Tunesië zijn gedurende de hele periode de belangrijkste exportbestemmingen voor de EU en tonen relatief stabiele groei. Marokko stijgt van €223 miljoen naar €266 miljoen (+19,2%), Tunesië van €215 miljoen naar €224 miljoen (+4,2%). Beide landen kennen een lage volatiliteit (CV van respectievelijk 0,14 en 0,12). Dit bevestigt hun rol als stabiele nearshoringpartners voor de Europese textielindustrie — een dynamiek die wordt gestimuleerd door preferentiële handelsakkoorden en geografische nabijheid.
Ook Oekraïne groeit als exportpartner van €47 miljoen naar €62 miljoen (+31,5%), ondanks de eerder genoemde prijsschok in 2022.
3. Het netto-exporteurschap erodeert en de afhankelijkheid van invoer neemt toe
3.1 Het handelsoverschot neemt toe, maar de netto-importafhankelijkheid verschuift richting nul
De EU blijft over de gehele periode een netto-exporteur van brei- en haakwerk, met een handelsoverschot dat groeit van €29,2 miljoen (2015) naar €49,4 miljoen (+68,8%). Dit lijkt op het eerste gezicht een verbetering. De netto-importafhankelijkheid vertelt echter een ander verhaal: deze indicator verschuift van −14,5% (2015) naar −2,9% (2025), een verbetering van 79,8%.
Een negatieve netto-importafhankelijkheid betekent dat de EU meer uitvoert dan invoert. De verschuiving richting nul betekent dat het evenwicht tussen import en export steeds evenwichtiger wordt — met andere woorden, het netto-voordeel erodeert. De indicator bereikte zelfs een positief niveau van 3,7% in een van de tussengelegen jaren, wat een tijdelijke periode van netto-importafhankelijkheid aangeeft.
Netto-importafhankelijkheid op het Trade Dashboard
3.2 Het Verenigd Koninkrijk als symbool van post-Brexit-impact
Een opvallende ontwikkeling is de sterke daling van de handel met het Verenigd Koninkrijk, zowel in import als in export. De EU-importen uit het VK dalen van €96 miljoen naar €69 miljoen (−28,0%), terwijl de EU-exporten naar het VK nog sterker dalen: van €112 miljoen naar €65 miljoen (−42,2%). Het VK verliest hiermee zijn positie als belangrijke handelspartner voor deze sector. Deze daling valt samen met de Brexit en de daarmee gepaard gaande handelsfricties — hogere transactiekosten, douaneprocedures en regelgevingsverschillen.
3.3 Productsegmentanalyse: conventioneel breiwerk domineert, poolstoffen groeien
Binnen de importen is subpost 6006 (breiwerk >30 cm breed, exclusief kettingbreiwerk en elastomeer) veruit het grootste segment: in 2025 goed voor 121.672 ton en €617 miljoen. De hoeveelheid krimpt echter van 133.597 ton in 2015 (−8,9%), terwijl de waarde eveneens daalt (van €645 mln naar €617 mln, −4,2%).
Opvallend is de groei van subpost 6001 (poolbrei- en poolhaakwerk): de import stijgt van 23.571 ton naar 51.522 ton (+118,5% in volume), en van €148 miljoen naar €208 miljoen in waarde. Dit wijst op een toenemende vraag naar hoogwaardiger, gespecialiseerde stoffen.
Subpost 6004 (breiwerk >30 cm met elastomeer) daalt juist: van 87.515 ton naar 66.647 ton (−23,8%).
| Subpost | Omschrijving | Import 2015 (t) | Import 2025 (t) | Verandering |
|---|---|---|---|---|
| 6006 | Breiwerk >30 cm (excl. overig) | 133.597 | 121.672 | −8,9% |
| 6004 | Breiwerk >30 cm, elastomeer | 87.515 | 66.647 | −23,8% |
| 6005 | Kettingbreiwerk | 32.435 | 40.627 | +25,2% |
| 6001 | Poolbrei- en poolhaakwerk | 23.571 | 51.522 | +118,5% |
| 6003 | Breiwerk ≤30 cm (excl. overig) | 1.447 | 1.675 | +15,8% |
| 6002 | Breiwerk ≤30 cm, elastomeer | 1.036 | 1.345 | +29,9% |
Productvergelijking op het Trade Dashboard
3.4 Exportsegmenten: waarde verschuift naar hogeproducten
Aan de exportzijde is 6006 eveneens het grootste segment (46.617 ton, €570 mln in 2025), maar ook hier krimpt het volume (van 48.832 ton, −4,5%). Het segment 6004 (elastomeer, >30 cm) daalt van 24.354 ton naar 19.296 ton (−20,8% in volume), terwijl de gemiddelde exportprijs juist stijgt van €16.115/ton naar €21.682/ton (+34,5%) — een indicatie van opwaardering naar hogere kwaliteit en/of specialisatie.
Segment 6001 (poolstoffen) toont een vergelijkbaar patroon als bij de import: export stijgt van 11.685 ton naar 11.975 ton, met een waardegroei van €103 mln naar €113 mln.
Conclusie
De markt voor brei- en haakwerk in de EU ondergaat tussen 2015 en 2025 een fundamentele transformatie. Drie ontwikkelingen staan centraal.
Ten eerste verschuift de EU van een producerende naar een handels- en verwerkende rol. De binnenlandse productie krimpt met meer dan 30%, terwijl de exportgeneigdheid verdubbelt. De EU wordt in toenemende mate een hub waar grondstoffen en halffabricaten worden geïmporteerd, verwerkt en vervolgens uitgevoerd — met name naar nabije nearshoringbestemmingen als Marokko en Tunesië.
Ten tweede herstructureren geopolitieke schokken de toeleveringsketens. China vergroot zijn dominantie als leverancier (nu goed voor bijna de helft van de importwaarde), terwijl Turkije en Zuid-Korea terrein verliezen. De Brexit leidt tot een significante daling van de handel met het Verenigd Koninkrijk. Prijsschokken als gevolg van de oorlog in Oekraïne benadrukken de kwetsbaarheid van de Europese supply chains.
Ten derde erodeert het netto-exporteurschap van de EU geleidelijk. Het handelsoverschot neemt weliswaar toe in absolute termen, maar de netto-importafhankelijkheid verschuift duidelijk richting nul. Gecombineerd met de dalende productie en de toenemende handelsintensiteit (nu 80,6%) ontstaat een beeld van een sector die steeds afhankelijker wordt van internationale handel — zowel voor de aanvoer van materialen als voor de afzet van producten. De concentratie van importbronnen neemt toe, wat de EU kwetsbaarder maakt voor verstoringen bij individuele leveranciers.
De vraag is of de EU deze afhankelijkheid kan beheersen door in te zetten op nearshoringstrategieën, handelsdiversificatie en — waar mogelijk — versterking van de binnenlandse productiecapaciteit in hoogwaardige nichesegmenten zoals poolstoffen en gespecialiseerd breiwerk.