Marktontwikkeling: IJzer- en staalwaren (CN 73) — 2015–2025
Inleiding
Dit rapport analyseert de handelsontwikkeling van de EU in ijzer- en staalwaren (gecombineerd tariefnummer 73) over de periode 2015–2025. CN 73 is een verzamelcode die een breed scala aan producten omvat: constructiewerken, buizen en pijpen, schroeven en bouten, stalen kabels, huishoudelijke artikelen en diverse andere werken van gietijzer, ijzer en staal. De gegevens betreffen de handel van de EU als geheel met niet-EU-landen, op jaargrondslag.
Over de onderzochte periode blijkt de EU een structureel netto-exporteur van ijzer- en staalwaren, maar het handelsoverschot is aanzienlijk gekrompen — van €16,0 miljard in 2015 tot €9,2 miljard in 2025. Drie brede ontwikkelingen tekenen zich af: de invoer groeide veel harder dan de uitvoer, de uitvoerwaarde werd steeds meer gedreven door prijsstijgingen in plaats van volumegroei, en geopolitieke verschuivingen — met name de sancties tegen Rusland — hebben de handelskaart fundamenteel herschikt.
1. Het krimpende handelsoverschot: invoer groeit twee keer zo snel als uitvoer
De waarde van de invoer steeg met bijna 70%, tegenover slechts 21% bij de uitvoer
De asymmetrie tussen invoer- en uitvoergroei is het meest in het oog springende kenmerk van de periode 2015–2025. De uitvoerwaarde groeide van €36,8 miljard tot €44,5 miljard (+20,9%), terwijl de invoerwaarde steeg van €20,9 miljard naar €35,3 miljard (+68,9%). Het handelsoverschot van de EU halveerde daarmee bijna: van €16,0 miljard tot €9,2 miljard (−42,1%). Het dieptepunt lag op €3,2 miljard.
| Indicator | 2015 | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Uitvoerwaarde | €36,8 mld | €44,5 mld | +20,9% |
| Invoerwaarde | €20,9 mld | €35,3 mld | +68,9% |
| Handelsoverschot | €16,0 mld | €9,2 mld | −42,1% |
Uitvoervolumes dalen, invoervolumes stijgen sterk
De volumecijfers onderstrepen de asymmetrie nog sterker. Het invoervolume steeg van 8,5 miljoen ton naar 12,9 miljoen ton (+52,9%), terwijl het uitvoervolume daalde van 12,1 miljoen ton tot 9,7 miljoen ton (−19,9%). De EU voert dus niet alleen meer ijzer- en staalproducten op basis van waarde in, maar ook fysiek meer tonnage. Tegelijkertijd vermindert de EU zijn fysieke export.
Constructiewerken (CN 7308) zijn de snelst groeiende importcategorie
Bij de invoer per productsegment valt vooral CN 7308 (constructiewerken en delen daarvan) op. Het invoervolume van dit segment steeg van 928.664 ton in 2015 naar 2.751.628 ton in 2025 — een stijging van 196%, oftewel een bijna-verdrievoudiging. De invoerwaarde groeide van €1,7 miljard naar €6,2 miljard. Dit weerspiegelt de groeiende behoefte aan staalconstructies in de Europese bouw- en infrastructuursector, die in toenemende mate door importen wordt gevoed.
Ook CN 7326 (overige ijzer- en staalwerken, niet elders genoemd) liet een forse groei zien: het invoervolume steeg van 1,1 miljoen ton naar 1,9 miljoen ton (+69%) en de waarde van €4,0 miljard naar €7,3 miljard. De invoer van CN 7318 (schroeven, bouten en moeren) groeide volumegewijs met 32% (van 1,4 miljoen ton naar 1,8 miljoen ton), met een waardestijging van €4,6 miljard naar €6,6 miljard.
2. Prijsinflatie maskeert een structurele daling van het handelsvolume
De gemiddelde uitvoerprijs steeg met meer dan 50%
Ondanks de daling van het uitvoervolume met 19,9% steeg de uitvoerwaarde met 20,9%. Dit paradoxale beeld wordt verklaard door een forse stijging van de gemiddelde eenheidsprijs: van €3.034 per ton in 2015 naar €4.578 per ton in 2025, een toename van 50,9%. De EU exporteert dus minder tonnage, maar ontvangt per ton aanzienlijk meer. De uitvoer verschuift daarmee in de richting van producten met een hogere toegevoegde waarde.
| Stroom | Prijs 2015 (€/t) | Prijs 2025 (€/t) | Verandering |
|---|---|---|---|
| Uitvoer | 3.034 | 4.578 | +50,9% |
| Invoer | 2.469 | 2.728 | +10,5% |
De invoerprijs steeg veel minder sterk
Bij de invoer was het prijseffect veel kleiner: de gemiddelde invoerprijs steeg van €2.469 per ton tot €2.728 per ton (+10,5%). De invoergroei werd dus vooral gedreven door volumetoename en niet door prijsstijgingen. Het prijsverschil — uitvoerprijzen stijgen veel harder dan invoerprijzen — ondersteunt de hypothese dat de EU zich steeds meer toelegt op hogewaardeproducten, terwijl de invoer relatief goedkopere standaardproducten omvat.
Hogewaarde-segmenten vertonen de sterkste prijsstijgingen
De prijsstijgingen zijn niet uniform over alle productcategorieën. Bij de uitvoer valt CN 7318 (schroeven, bouten en moeren) op: de eenheidsprijs steeg van €6.985 per ton naar €10.586 per ton (+51,5%). Dit segment vertegenwoordigt traditioneel een hoge toegevoegde waarde. Bij CN 7308 (constructiewerken) was de exportprijsstijging +34,5% (van €2.802 naar €3.769 per ton), terwijl het exportvolume nagenoeg stabiel bleef op circa 2,5 miljoen ton.
Bij de invoer was de prijsontwikkeling van CN 7308 veel gematigder: van €1.880 naar €2.242 per ton (+19,3%), terwijl het volume zoals opgemerkt verdrievoudigde. Dit verschil bevestigt dat de invoer van constructiewerken vooral in volume is toegenomen en niet primair door prijsstijgingen werd gedreven.
Prijsschokken in 2022 weerspiegelen de energiecrisis
Het jaar 2022 kende opvallende prijspieken in diverse handelsstromen. Een gedetecteerde prijsschok in de invoer vanuit het Verenigd Koninkrijk vertoonde een abnormaliteit van 23,4 en een prijsstijging van 33,7% (met een aandeel van 11,6% in de totale invoerwaarde). Evenzo vertoonde de invoer vanuit Vietnam een prijsschok met een stijging van 39,7%. Deze schokken zijn het gevolg van de energiecrisis die in 2022 uitbrak na de Russische inval in Oekraïne: de stijgende energiekosten maakten staalproductie wereldwijd duurder en dreven de prijzen op.
3. Geopolitieke verschuivingen concentreren de invoerstromen
De Russische handel is nagenoeg ingestort
De meest ingrijpende geopolitieke verschuiving in de periode 2015–2025 is de vrijwel volledige verdwijning van Rusland als handelspartner. De invoer vanuit Rusland daalde van €220 miljoen in 2015 tot slechts €4,4 miljoen in 2025 (−98,0%). De uitvoer naar Rusland kromp van €1,4 miljard tot €133 miljoen (−90,1%). De variabiliteitscoëfficiënt (CV) van de handel met Rusland is extreem hoog — 0,98 voor de invoer en 0,81 voor de uitvoer — wat de grilligheid en ineenstorting van deze handelsrelatie kwantificeert.
China en Türkiye vullen het grotendeels op
China en Türkiye hebben het grotendeels opgevuld. De invoer vanuit China steeg van €6,6 miljard naar €14,0 miljard (+112,5%), waarmee China de onbetwiste grootste leverancier van ijzer- en staalproducten aan de EU werd. De invoer vanuit Türkiye groeide van €1,6 miljard naar €4,5 miljard (+175,0%), waarmee Türkiye de tweede leverancier is. Daarnaast liet India een groei zien van 82,3% (van €1,0 miljard naar €1,8 miljard).
Aan de uitvoerkant bleven de Verenigde Staten de grootste afzetmarkt: de uitvoerwaarde steeg van €5,4 miljard naar €8,1 miljard (+49,1%). Het Verenigd Koninkrijk (€5,0 mld → €6,0 mld, +18,5%) en Zwitserland (€2,6 mld → €3,6 mld, +38,2%) volgden.
| Partner | Invoer 2015 | Invoer 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| China | €6,6 mld | €14,0 mld | +112,5% |
| Türkiye | €1,6 mld | €4,5 mld | +175,0% |
| Verenigd Koninkrijk | €2,3 mld | €2,8 mld | +26,0% |
| India | €1,0 mld | €1,8 mld | +82,3% |
| Rusland | €0,2 mld | €0,004 mld | −98,0% |
De concentratie van de invoer neemt toe
De verschuiving naar enkele grote leveranciers heeft de concentratie van de invoer doen toenemen. De Herfindahl-Hirschman Index (HHI) voor de invoerwaarde steeg van 1.430 tot 1.956 (+36,8%), waarmee de invoer verschuift van een ongeconcentreerde naar een matig geconcentreerde structuur. Op volumebasis is de concentratie nog sterker gestegen: de HHI ging van 1.553 naar 2.311 (+48,8%). De uitvoer blijft veel gespreider — de HHI steeg van 618 tot 793 — maar ook hier is een opwaartse trend zichtbaar.
De handelsintensiteit — het aandeel van de handel in de totale economische activiteit voor dit product — verdubbelde bijna van 20,6% naar 39,0%. De exportneiging steeg van 14,2% naar 26,8%. Dit wijst op een toenemende internationalisering van de Europese ijzer- en staalwarensector.
De EU blijft gedurende de gehele periode een netto-exporteur: de netto-invoerafhankelijkheid bleef negatief (van −6,5% in 2015 tot −7,2% in 2025, met een dieptepunt van −18,3%). Toch maakt de combinatie van een krimpend handelsoverschot, stijgende importconcentratie en de afhankelijkheid van enkele grote leveranciers (China, Türkiye) de EU kwetsbaarder voor verstoringen in de aanvoerketen.
Conclusie
De markt voor ijzer- en staalwaren (CN 73) onderging tussen 2015 en 2025 fundamentele verschuivingen op drie terreinen. Ten eerste is het handelsoverschot van de EU gekrompen van €16,0 miljard tot €9,2 miljard, gedreven door een veel snellere groei van de invoer (+68,9%) ten opzichte van de uitvoer (+20,9%), waarbij de invoervolumes stegen (+52,9%) en de uitvoervolumes daalden (−19,9%). Ten tweede is de uitvoer steeds meer gedreven door hogere prijzen dan door volumes — de gemiddelde uitvoerprijs steeg met 50,9%, terwijl de invoerprijs slechts 10,5% steeg. Dit duidt op een structurele verschuiving naar hogewaardeproducten in de EU-export. Ten derde heeft de geopolitieke ontwikkeling, met name de sancties tegen Rusland na 2022, de handelsrelaties fundamenteel herschikt. China en Türkiye zijn nu de dominante leveranciers, wat de concentratie van de invoer heeft doen toenemen (HHI van 1.430 naar 1.956).
De EU blijft een netto-exporteur van ijzer- en staalwaren, maar de toenemende importafhankelijkheid van enkele grote leveranciers en het krimpende handelsoverschot vragen om waakzaamheid ten aanzien van de strategische autonomie in deze sector.