Marktontwikkeling: Klokken en horloges (CN 91) — 2015–2025
Inleiding
Dit rapport analyseert de handelsontwikkeling van de EU in klokken en horloges (gecombineerde nomenclatuur 91) over de periode 2015–2025. CN 91 omvat een breed scala aan producten: polshorloges en zakhorloges met kasten van edelmetaal (9101) of andere materialen (9102), wekkers en klokjes (9103), overige klokken (9105), schakelklokken (9107), horlogebanden (9113) en uurwerkonderdelen (9114). De analyse richt zich op de waarde, volumes en eenheden van de handel, de concentratie van handelsstromen, de structurele specialisatie binnen de EU, de volatiliteit en kwetsbaarheid, en de verschuivingen op productsniveau.
Het overzicht van de handelsstromen toont aan dat de EU gedurende de gehele periode een structureel tekort op de handelsbalans heeft voor CN 91, dat bovendien is opgelopen van €−3,3 miljard in 2015 tot €−4,6 miljard in 2025. Tegelijkertijd is de gemiddelde prijs per ton zowel bij import als bij export sterk gestegen, wat wijst op een opwaardering van het productassortiment. In de volgende secties worden de belangrijkste dynamieken in detail belicht.
1. Het premiumiseringseffect: volumedaling en waardestijging
Een van de meest opvallende trends in de periode 2015–2025 is de schijnbare paradox van dalende volumes en stijgende handelswaarden. Dit wijst op een structurele verschuiving naar duurdere productsegmenten — een proces dat hier als premiumisering wordt omschreven.
De exportvolumes zijn fors gedaald, maar de exportwaarde bleef relatief robuust
De handelsgegevens laten zien dat de totale EU-export in netto massa is gedaald van 9.523 ton in 2015 tot 4.614 ton in 2025, een daling van 51,5%. Tegelijkertijd daalde de exportwaarde slechts met 11,5%: van €4,39 miljard naar €3,88 miljard. De verklaring ligt in de gemiddelde exportprijs, die met 82,0% steeg — van €459.823 per ton tot €836.863 per ton. De EU exporteert dus steeds minder in gewicht, maar elk uitgevoerd kilogram vertegenwoordigt een hogere waarde.
De importwaarde groeide ondanks een krimpend importvolume
Ook aan de importzijde is hetzelfde patroon zichtbaar. Het importvolume daalde van 52.368 ton in 2015 tot 34.554 ton in 2025 (−34,0%), terwijl de importwaarde juist steeg met 10,3%: van €7,68 miljard naar €8,47 miljard. De gemiddelde importprijs per ton nam toe met 67,2%, van €146.587 naar €245.116 per ton.
| Indicator | 2015 | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Exportwaarde (€ mrd) | 4,39 | 3,88 | −11,5% |
| Exportvolume (ton) | 9.523 | 4.614 | −51,5% |
| Exportprijs (€/ton) | 459.823 | 836.863 | +82,0% |
| Importwaarde (€ mrd) | 7,68 | 8,47 | +10,3% |
| Importvolume (ton) | 52.368 | 34.554 | −34,0% |
| Importprijs (€/ton) | 146.587 | 245.116 | +67,2% |
Horloges met edelmetaalkast domineren de prijsstijging
De productsegmentanalyse maakt duidelijk dat de premiumisering niet uniform is over alle subcategorieën. Met name de import van polshorloges met kast van edelmetaal (CN 9101) vertoont een extreme prijsontwikkeling: de gemiddelde importprijs per ton steeg van €2,7 miljoen in 2015 tot €24,9 miljoen in 2025. Dit impliceert dat de EU steeds meer luxe horloges importeert — een segment dat wordt gedomineerd door Zwitserse merken.
Ook de importprijs van CN 9102 (overige polshorloges) steeg aanzienlijk, van €367.074 per ton in 2015 tot €756.133 per ton in 2025 (+106%). In aantallen stuks (supplementaire eenheid) nam de import van 9102 af van circa 130 miljoen stuks in 2015 tot 59 miljoen stuks in 2025 — een volumedaling van 55% terwijl de waarde met 12% steeg (van €4,52 miljard naar €5,04 miljard).
EU-productie verschuift van volume naar waarde
De productiegegevens bevestigen deze trend. De binnenlandse productie van uurwerken in de EU daalde in volume van 22,0 miljoen stuks in 2015 tot 18,5 miljoen stuks in 2025 (−16,0%), maar de productiewaarde verviervoudigde bijna: van €493 miljoen tot €2,38 miljard (+383,4%). Dit beeld is consistent met een strategische heroriëntatie van de Europese uurwerkindustrie richting het hoge segment.
2. Zwitserse dominantie en de impact van Brexit
De handelspartnersstructuur van de EU in uurwerken wordt gedomineerd door twee landen: Zwitserland als veruit de belangrijkste leverancier, en het Verenigd Koninkrijk als een partner waarbij zich ingrijpende verschuivingen hebben voorgedaan.
Zwitserland consolideert zijn positie als dominante leverancier
De partnergegevens tonen aan dat de importen uit Zwitserland zijn gestegen van €5,47 miljard in 2015 tot €6,72 miljard in 2025 (+22,8%). Zwitserland vertegenwoordigt daarmee veruit het grootste aandeel in de totale EU-import van uurwerken. Tegelijkertijd bleef Zwitserland ook een belangrijke exportbestemming: de EU-export naar Zwitserland groeide van €1,46 miljard naar €1,56 miljard (+6,7%).
De concentratiemaatstaven bevestigen dat de importconcentratie is toegenomen: de HHI voor importwaarde steeg van 5.476 naar 6.550 (+19,6%). Dit wijst op een grotere afhankelijkheid van een klein aantal leveranciers — in de praktijk vooral Zwitserland.
Het Verenigd Koninkrijk verliest terrein na Brexit
Een van de meest spectaculaire verschuivingen betreft de handel met het Verenigd Koninkrijk. De importen uit het VK kelderden van €227 miljoen in 2015 tot slechts €36 miljoen in 2025, een daling van 84,1%. De export naar het VK daalde eveneens fors: van €642 miljoen tot €197 miljoen (−69,3%). Deze dalingen zijn sterk gecorreleerd met de Brexit en de daarmee gepaard gaande handelsfricties (tarifaire en niet-tarifaire barrières, douaneprocedures). De volatiliteitsanalyse bevestigt dat de VK-handel de hoogste variatiecoëfficiënt vertoont van alle partners: CV 1,33 voor importen.
| Partner | Import 2015 (€ mln) | Import 2025 (€ mln) | Verandering |
|---|---|---|---|
| Zwitserland | 5.472 | 6.717 | +22,8% |
| China | 1.485 | 1.245 | −16,1% |
| Verenigd Koninkrijk | 227 | 36 | −84,1% |
| Hong Kong | 244 | 105 | −56,7% |
| Partner | Export 2015 (€ mln) | Export 2025 (€ mln) | Verandering |
|---|---|---|---|
| Zwitserland | 1.458 | 1.555 | +6,7% |
| Verenigd Koninkrijk | 642 | 197 | −69,3% |
| Hong Kong | 984 | 738 | −25,0% |
| Verenigde Staten | 271 | 293 | +8,0% |
De EU-export vertoont toenemende concentratie
Hoewel de exportconcentratie lager is dan de importconcentratie, is ook deze gestegen: de HHI voor exportwaarde ging van 1.950 naar 2.166 (+11,1%). De EU richt haar export steeds meer op Zwitserland, de Verenigde Staten en een klein aantal andere markten, terwijl kleinere bestemmingen (Tunesië, met −70,8%) terrein verliezen.
3. Binnen-EU-specialisatie en de dominante rol van Frankrijk
De handel in uurwerken binnen de EU wordt sterk bepaald door een klein aantal lidstaten. Zowel aan de import- als aan de exportzijde domineren Frankrijk, Duitsland en Italië, zij het met verschillende dynamieken.
Frankrijk is zowel de grootste importeur als een belangrijke exporter
De rapportagegegevens tonen aan dat Frankrijk in 2025 de grootste EU-importeur van uurwerken was met een importwaarde van €2,81 miljard (+17,8% ten opzichte van 2015). Frankrijk is bovendien het meest gespecialiseerde EU-land in uurwerken: de revealed symmetric comparative advantage (RSCA) bedraagt 0,635, met een productaandeel van 35,0% van de totale EU-import. Dit weerspiegelt de rol van Frankrijk als het centrum van de Europese luxehorloge-industrie en -consumptie.
Nederland en België groeien als handelsknooppunten
Opvallend is de sterke groei van Nederland als importeur: de importwaarde steeg van €360 miljoen naar €615 miljoen (+70,9%). Ook de export vanuit Nederland verdubbelde bijna: van €99 miljoen naar €220 miljoen (+123,4%). België vertoont een vergelijkbaar patroon: import +69,4%. Deze stijgingen wijzen mogelijk op een groeiende rol van de Benelux als distributieknooppunt voor uurwerken binnen Europa, aangedreven door de havens van Rotterdam en Antwerpen en de nabijheid van de Zwitserse grens.
| EU-lidstaat | Import 2015 (€ mln) | Import 2025 (€ mln) | Verandering |
|---|---|---|---|
| Frankrijk | 2.382 | 2.807 | +17,8% |
| Duitsland | 2.031 | 1.896 | −6,6% |
| Italië | 1.220 | 994 | −18,5% |
| Nederland | 360 | 615 | +70,9% |
| België | 170 | 288 | +69,4% |
| EU-lidstaat | Export 2015 (€ mln) | Export 2025 (€ mln) | Verandering |
|---|---|---|---|
| Frankrijk | 1.172 | 979 | −16,4% |
| Italië | 1.192 | 690 | −42,2% |
| Duitsland | 1.032 | 860 | −16,7% |
| Nederland | 99 | 220 | +123,4% |
| Ierland | 9 | 216 | +2.428% |
Italië en Duitsland krimpen als exporteurs
In tegenstelling tot Frankrijk vertonen zowel Italië (−42,2%) als Duitsland (−16,7%) een duidelijke exportdaling. De specialisatiegegevens bevestigen dat Duitsland slechts een marginale specialisatie heeft (RSCA 0,066), terwijl Italië niet in de top-5 van meest gespecialiseerde landen voorkomt. De sterke daling van de Italiaanse export kan deels verklaard worden door de COVID-19-pandemie (2020) en mogelijke verschuivingen in de productieketens.
De netto-importafhankelijkheid is afgenomen
De netto-importafhankelijkheid daalde van 80,2% in 2015 tot 65,3% in 2025 (−18,5 procentpunten). Dit betekent dat de EU in 2025 minder afhankelijk is van netto-importen dan in 2015, ondanks het groeiende handelstekort in absolute zin. De verklaring ligt in de sterk gestegen exportwaarde en de relatieve krimp van het importvolume. De exportpropensity steeg van 212% naar 226%, wat aangeeft dat de EU een groeiend deel van haar productie exporteert.
Conclusie
De Europese handel in klokken en horloges (CN 91) ondergaat in de periode 2015–2025 een fundamentele structurele transformatie. Drie ontwikkelingen staan centraal:
-
Premiumisering: Zowel bij import als bij export verschuiven de volumes naar hogere waarde-segmenten. De gemiddelde prijs per ton stijgt met 67–82%, terwijl de volumes met 34–51% dalen. Dit wordt gedreven door de groeiende vraag naar luxe horloges (CN 9101/9102) en de strategische heroriëntatie van de Europese industrie.
-
Geopolitieke verschuivingen: De handel met het Verenigd Koninkrijk is ingestort als gevolg van Brexit, terwijl Zwitserland zijn dominante positie heeft versterkt. De importconcentratie is toegenomen, wat de kwetsbaarheid van de EU voor verstoringen in de Zwitserse leveringsketen vergroot.
-
Herstructurering binnen de EU: Frankrijk consolideert haar rol als het centrum van de Europese uurwerkindustrie en -handel, terwijl de Benelux-landen groeien als logistieke knooppunten. Italië en Duitsland verliezen terrein als exporteurs. De netto-importafhankelijkheid neemt desondanks af, wat wijst op een verbeterd concurrentievermogen van de EU in het premiumsegment.