Live data verkennen

Marktontwikkeling: Ertsen (CN 26) — 2015–2025

Inleiding

CN 26 omvat een breed scala aan ertsconcentraten, slakken en assen — van ijzererts en kopererts tot hoogovenslakken en edelmetaalertsen. Deze productgroep is essentieel voor de Europese staal-, metaal- en chemische industrie. De EU is traditioneel een grote netto-importeur, met een importafhankelijkheid die in 2015 nog op 76,8% lag. Over de periode 2015–2025 onderging de markt fundamentele verschuivingen: fysieke handelsvolumes daalden, maar handelswaarden stegen fors door grondstoffenprijsstijgingen. Tegelijkertijd herschikte het geopolitieke landschap — met name de sancties tegen Rusland — de leveranciersstructuur aanzienlijk. En binnen de EU zelf groeiden productie en exportcapaciteit sterk. Dit rapport analyseert deze drie hoofddynamieken. Scope & definities

1. Prijsdominantie: stijgende waarde ondanks dalende volumes

De importwaarde stijgt met 46% terwijl volumes met 25% krimpen

De meest in het oog springende trend in de periode 2015–2025 is de volledige ontkoppeling tussen fysieke volumes en handelswaarden. De EU-importwaarde steeg van €18,3 miljard in 2015 tot €26,7 miljard in 2025 (+46,0%), terwijl het importvolume daalde van 136,1 miljoen ton naar 102,7 miljoen ton (−24,5%). De gemiddelde importprijs verdubbelde bijna: van €133,8 per ton tot €259,5 per ton (+94,0%). Het volume dieptepunt werd bereikt op 98,6 miljoen ton. Overzicht handelsstromen

Indicator 2015 2025 Verandering
Importwaarde €18,3 mld €26,7 mld +46,0%
Importvolume 136,1 mln t 102,7 mln t −24,5%
Importprijs €133,8/t €259,5/t +94,0%
Exportwaarde €2,6 mld €5,1 mld +97,1%
Exportvolume 15,8 mln t 15,7 mln t −0,7%
Exportprijs €165,1/t €327,8/t +98,6%
Handelssaldo −€15,7 mld −€21,5 mld −37,5%

De exportwaarde verdubbelt bij vrijwel onveranderde volumes

Aan de exportzijde is het beeld nog uitgesprokener. De exportwaarde steeg van €2,6 miljard naar €5,1 miljard (+97,1%), terwijl het exportvolume nagenoeg onveranderd bleef (15,8 miljoen ton tegenover 15,7 miljoen ton, −0,7%). De gemiddelde exportprijs verdubbelde van €165,1 naar €327,8 per ton (+98,6%). De volledige waardegroei is dus toe te schrijven aan prijseffecten, niet aan volumegroei. Overzicht handelsstromen

Het handelstekort verslechtert tot €21,5 miljard

Het negatieve handelssaldo van de EU in ertsen verslechterde van −€15,7 miljard in 2015 tot −€21,5 miljard in 2025 (−37,5%). Opmerkelijk is dat het diepste tekort −€27,7 miljard bedroeg, vermoedelijk tijdens de piek van de grondstoffenprijsgolf in 2021–2022 na de coronapandemie. Het kleinste tekort bedroeg −€13,3 miljard, in een periode van lagere grondstoffenprijzen. Overzicht handelsstromen

Segmentanalyse: kopererts wordt de dominante importcategorie naar waarde

Bij de importsegmenten verschuift het beeld sterk naar kopererts (CN 2603), dat van €5,6 miljard in 2015 steeg tot €9,6 miljard in 2025 — en daarmee ijzererts (CN 2601) als waardevolste importcategorie overtreft. IJzererts vertoonde een dalend volume (van 104,8 miljoen ton naar 71,0 miljoen ton) maar een stijgende waarde (van €5,9 miljard naar €6,5 miljard). De importwaarde van gegranuleerde hoogovenslakken (CN 2618) groeide spectaculair van €4,8 miljoen tot €226,3 miljuen — een vertienvoudiging die wijst op toenemende vraag naar secundaire grondstoffen in het kader van de circulaire economie. Productsegmenten

Importsegment Waarde 2015 (€ mln) Waarde 2025 (€ mln) Volume 2015 (mln t) Volume 2025 (mln t)
2603 – Kopererts 5.619 9.576 4,1 3,5
2601 – IJzererts 5.897 6.476 104,8 71,0
2608 – Zinkerts 1.487 2.242 2,4 2,1
2606 – Aluminiumerts 728 668 14,6 10,7
2614 – Titaanerts 518 373 1,3 0,7
2618 – Hoogovenslakken 5 226 0,16 6,0
2602 – Mangaanerts 149 120 1,3 0,7

2. Geopolitieke verschuivingen in het leverancierslandschap

Rusland verdwijnt vrijwel volledig als leverancier

De meest markante partnerontwikkeling is de bijna volledige verdwijning van Rusland als ertsleverancier aan de EU. De importwaarde uit Rusland klapte ineen van €446 miljoen in 2015 tot slechts €4,4 miljoen in 2025 (−99,0%). Dit is het directe gevolg van de sancties die na februari 2022 werden ingesteld. De variatiecoëfficiënt van de Russische leveringen bedraagt 0,74 — de hoogste van alle leveranciers — wat de sterk schoksgewijze aard van deze ineenstorting bevestigt. Volatiliteit

Canada, Zuid-Afrika en Liberia vullen het grotendeels op

De vacature die Rusland achterliet, werd opgevuld door een combinatie van bestaande en nieuwe leveranciers. Canada verdubbelde zijn leveringen van €1,7 miljard naar €4,0 miljard (+133,8%) en werd daarmee de tweede importpartner na Brazilië. Zuid-Afrika groeide van €1,1 miljard naar €2,5 miljard (+135,8%). Opvallend is de opkomst van Liberia als leverancier: van €84 miljoen in 2015 naar €528 miljoen in 2025 (+529,1%), waarschijnlijk gedreven door de exploitatie van ijzerertsreserves door internationale mijnbouwbedrijven. Brazilië bleef de grootste leverancier met stabiele waarden rond €4,1–4,2 miljard. Top handelspartners

Partner Import 2015 (€ mld) Import 2025 (€ mld) Verandering
Brazilië 4,09 4,19 +2,6%
Canada 1,72 4,02 +133,8%
Zuid-Afrika 1,05 2,49 +135,8%
Oekraïne 0,96 1,40 +46,0%
Liberia 0,08 0,53 +529,1%
Guinee 0,45 0,42 −7,1%
Rusland 0,45 0,004 −99,0%

China wordt de dominante exportbestemming

Aan de exportzijde is China veruit de belangrijkste bestemming geworden, met een groei van €907 miljoen naar €2,17 miljard (+139,3%). Dit weerspiegelt de enorme Chinese vraag naar koper- en andere non-ferro-ertsen voor de eigen verwerkende industrie. Het Verenigd Koninkrijk (€338 miljoen), Saoedi-Arabië (€312 miljoen) en Qatar (€181 miljoen) zijn eveneens belangrijke exportmarkten. Top handelspartners

Importconcentratie daalt, exportconcentratie stijgt

De HHI-concentratiegraad voor importen daalde van 950 naar 857 (−9,8%), wat duidt op een meer gediversifieerd importpatroon na de vervanging van Rusland door meerdere leveranciers. Voor exporten steeg de HHI juist van 1.694 naar 2.168 (+28,0%), wat wijst op een grotere afhankelijkheid van een beperkt aantal afnemers — met name China. Deze divergentie in concentratiepatronen creëert een asymmetrisch risicoprofiel. Concentratie

Prijsschokken concentreren zich in 2021–2022

Het dashboard detecteert drie significante prijsschokken:

  • Saoedi-Arabië (export, 2021): prijssprong van 62,8%, abnormaliteit 22,5, met een aandeel van 9,6% in de exportwaarde
  • Egypte (export, 2021): prijssprong van 92,2%, abnormaliteit 10,8
  • Guinee (import, 2022): prijssprong van 29,8%, abnormaliteit 12,5, met een aandeel van 3,1% in de importwaarde

Deze schokken vallen samen met de wereldwijde grondstoffenprijsgolf die na de coronapandemie ontstond en werd versterkt door de geopolitieke onzekerheid rond de Russische inval in Oekraïne. Aanbodschokken

3. Binnenlandse productiegroei en toenemende exportgerichtheid

De EU-productie stijgt spectaculair

De EU-productie van ertsen en gerelateerde producten vertoonde een opmerkelijke groei: de productiewaarde steeg van €513 miljoen in 2015 tot €9,98 miljard in 2025 (+1.845%), terwijl het productievolume steeg van 7,2 miljard kg naar 46,3 miljard kg (+541%). Dit suggereert een aanzienlijke opschaling van mijnbouwactiviteit en/of slakkenverwerking binnen de EU, mogelijk gestimuleerd door hogere grondstoffenprijzen die winning rendabeler maakten, en door het strategische streven naar grondstoffenzekerheid. Productievolumes

Netto-importafhankelijkheid daalt van 77% naar 68%

De netto-importafhankelijkheid — het aandeel van de binnenlandse consumptie dat via importen wordt gedekt — daalde van 76,8% in 2015 tot 67,9% in 2025 (−11,6%). Het dieptepunt lag op 63,8%. Hoewel de EU nog steeds sterk afhankelijk is van importen, is de dalende trend een duidelijke indicatie dat de toegenomen productie deels in de binnenlandse behoefte voorziet. Netto-importafhankelijkheid

Kwetsbaarheidsindicator 2015 2025 Verandering
Netto-importafhankelijkheid 76,8% 67,9% −11,6%
Handelsintensiteit 80,1% 85,3% +6,4%
Exportneiging 11,9% 47,2% +295,3%

Exportneiging vertoont spectaculaire stijging

De meest opvallende indicator is de exportneiging (export als percentage van de productie), die steeg van 11,9% tot 47,2% (+295,3%). Dit betekent dat de EU in 2025 bijna de helft van haar ertsproductie uitvoert naar niet-EU-landen, tegenover slechts circa een achtste in 2015. Deze ontwikkeling duidt op een fundamentele verschuiving: de EU positioneert zich niet langer uitsluitend als afnemer van ertsen, maar in toenemende mate als leverancier op de wereldmarkt. Exportneiging

Binnen de EU: Bulgarije, Zweden en Finland zijn het meest gespecialiseerd

Binnen de EU bestaan aanzienlijke specialisatieverschillen tussen lidstaten. Bulgarije heeft de hoogste gespecialiseerde vergelijkende voordeelindex (RSCA 0,85), gevolgd door Zweden (0,76) en Finland (0,66). Zweden is de grootste exporterende lidstaat met €1,30 miljard in exportwaarde, gevolgd door Spanje (€1,67 miljard). Aan de importzijde is Duitsland de grootste importeur (€6,24 miljard), gevolgd door Spanje (€4,19 miljard) en Nederland (€4,00 miljard). Bulgarije valt op met de sterkste groei in importwaarde (+288,2%) — vermoedelijk als gevolg van de uitbouw van koper- en andere ertsverwerkende capaciteit in het land. Specialisatie | Rapporterende landen

EU-exporterende lidstaat Export 2015 (€ mln) Export 2025 (€ mln) Verandering
Zweden 758 1.297 +71,2%
Spanje 682 1.665 +144,1%
Bulgarije 194 647 +233,1%
Finland 94 302 +222,4%
Nederland 308 372 +20,8%

Conclusie

De markt voor ertsen, slakken en assen (CN 26) onderging tussen 2015 en 2025 een drievoudige transformatie. Ten eerste domineerden grondstoffenprijsstijgingen het beeld: de handelswaarden stegen fors terwijl fysieke volumes daalden, wat het handelstekort deed oplopen tot €21,5 miljard. Alle waardegroei is terug te voeren op prijseffecten, niet op volumegroei. Ten tweede herstructureerde het geopolitieke landschap — met name de sancties tegen Rusland na 2022 — de leveranciersbasis fundamenteel, met Canada, Zuid-Afrika en Liberia als belangrijke begunstigden, terwijl China de dominante exportbestemming werd. Ten derde groeide de EU-productie en -exportcapaciteit aanzienlijk, waardoor de netto-importafhankelijkheid afnam van 77% naar 68% en de exportneiging bijna vervijfvoudigde van 12% naar 47%. Desalniettemin blijft de EU structureel afhankelijk van externe leveranciers — met name Brazilië en Canada — en de toenemende exportconcentratie op China vormt een nieuw kwetsbaarheidspunt voor de toekomst.

Gegenereerd op 2026-08-08. De cijfers weerspiegelen de Eurostat-gegevens op het moment van genereren en bevatten geen latere revisies.

Automatisch gegenereerd: dit rapport is bedoeld om menselijke analyse te versnellen, niet om die te vervangen.

Heb je advies nodig over het Europese handelsbeleid, of vertegenwoordiging van je belangen in Brussel, neem dan contact met me op via support@tradedashboard.eu. Je vindt mijn cv op dit adres.