Marktontwikkeling: Diervoeder (CN 23) — 2015–2025
Inleiding
Dit rapport analyseert de handelsontwikkelingen van CN 23 (resten en afval van de voedingsindustrie; bereid voedsel voor dieren) in de EU over de periode 2015–2025. De productgroep omvat een breed scala aan diervoederingrediënten, variërend van sojapulp en olieperskoeken tot vleesmeel, zemelen en samengestelde voedingsbereidingen (Scope & Definitions). De EU is zowel een grote importeur als een aanzienlijke exporteur van deze producten, en het handelstekort is in de onderzochte periode substantieel afgenomen. Drie brede dynamieken bepalen het beeld: een structurele versterking van de exportpositie, een herordening van de leveranciersstructuur onder invloed van geopolitieke schokken, en een toenemende dominantie van hoogwaardige voederbereidingen in het uitvoerprofiel.
1. Van tekort naar surplus: de structurele versterking van de EU-uitvoerpositie
De meest opvallende ontwikkeling in de periode 2015–2025 is de sterke groei van de EU-uitvoer in waarde, die aanzienlijk sneller verliep dan de invoer. Het handelstekort (in euro's) is daardoor met bijna 60% afgenomen.
1.1 De export groeide harder in waarde dan in volume — prijzen stegen fors
De totale uitvoerwaarde steeg van €5,8 miljard in 2015 naar €9,9 miljard in 2025, een stijging van 71,6%. Het uitgevoerde volume groeide slechts met 14,6% (van 8,1 naar 9,3 miljoen ton). Het verschil wordt verklaard door een forse stijging van de gemiddelde exportprijs: van €715 naar €1.070 per ton (+49,7%) (Algemeen overzicht).
| Indicator | 2015 | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Exportwaarde (€ mld) | 5,80 | 9,94 | +71,6% |
| Exportvolume (mln ton) | 8,11 | 9,29 | +14,6% |
| Exportprijs (€/ton) | 715 | 1.070 | +49,7% |
1.2 De invoer groeide veel minder sterk — het tekort kromp aanzienlijk
De invoerwaarde steeg met slechts 12,5% (van €10,5 miljard naar €11,9 miljard), bij een volumegroei van 7,4% en een prijsstijging van 4,7%. Het handelstekort daalde daardoor van €4,7 miljard in 2015 tot €1,9 miljard in 2025. De netto-importafhankelijkheid — het aandeel van de netto-invoer in de totale binnenlandse vraag — daalde van 14,7% tot 6,5%, een halvering op tien jaar tijd (Netto-importafhankelijkheid).
| Indicator | 2015 | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Invoerwaarde (€ mld) | 10,54 | 11,86 | +12,5% |
| Invoervolume (mln ton) | 28,94 | 31,08 | +7,4% |
| Handelstekort (€ mld) | −4,75 | −1,92 | −59,7% |
| Netto-importafhankelijkheid (%) | 14,7 | 6,5 | −55,3% |
1.3 De EU-produktie verdubbelde — de export neemt een groter deel voor haar rekening
De EU-productie van CN 23-producten verdubbelde vrijwel in volume (van 109 miljard kg naar 228 miljard kg, +109,8%) en ruim verdriedubbeld in waarde (van €23 miljard naar €87 miljard, +272,8%). Dit weerspiegelt een forse uitbreiding van de Europese mengvoeder- en verwerkingsindustrie (Productievolumes). De exportpropensity — het aandeel van de productie dat wordt uitgevoerd — steeg van 4,5% tot 6,7% (Exportpropensity).
2. Geopolitieke schokken en herordening van de leveranciersstructuur
De handelsrelaties van de EU in CN 23 zijn in de periode 2015–2025 sterk beïnvloed door geopolitieke ontwikkelingen. De oorlog in Oekraïne, westerse sancties tegen Rusland en de heroriëntatie van de wereldhandel in landbouwgrondstoffen hebben de kaarten herschud.
2.1 Brazilië bevestigt zijn dominante rol; Rusland verdwijnt praktisch
Brazilië bleef gedurende de hele periode de grootste leverancier van de EU, met een importwaarde die steeg van €3,0 miljard naar €3,6 miljard (+19,5%). Het aandeel van Rusland daarentegen stortte in: van €417 miljoen in 2015 tot slechts €25 miljoen in 2025 (−94,0%), als gevolg van sancties na de inval in Oekraïne (Partners bij invoer).
| Partner (invoer) | 2015 (€ mln) | 2025 (€ mln) | Verandering |
|---|---|---|---|
| Brazilië | 3.013 | 3.601 | +19,5% |
| Argentinië | 3.003 | 2.595 | −13,6% |
| Verenigd Koninkrijk | 792 | 873 | +10,2% |
| Verenigde Staten | 759 | 447 | −41,1% |
| Oekraïne | 462 | 805 | +74,3% |
| Rusland | 417 | 25 | −94,0% |
| Indonesië | 181 | 197 | +8,7% |
2.2 Oekraïne profiteert van de EU-vrijhandelsovereenkomst
Oekraïne is de sterkst groeiende leverancier: de invoerwaarde steeg met 74,3% (van €462 miljoen naar €805 miljoen). Deze groei werd gedreven door de EU–Oekraïne-associatieovereenkomst (DCFTA), die sinds 2016 stapsgewijs de tariefcontingenten liberaliseerde. Tegelijkertijd is de handel met Oekraïne relatief volatiel (coëfficiënt van variatie: 0,22), hetgeen de kwetsbaarheid van deze corridor illustreert (Volatiliteit).
2.3 De importconcentratie nam af in waarde, maar toe in volume
De Herfindahl-Hirschman Index (HHI) voor de importconcentratie naar waarde daalde van 1.820 naar 1.596 (−12,3%), wat wijst op een spreiding van leveranciers. De HHI voor volume steeg echter van 1.894 naar 2.207 (+16,5%), wat betekent dat de fysieke afhankelijkheid van enkele grote leveranciers juist is toegenomen (Concentratie).
2.4 De uitvoer wordt steeds minder geconcentreerd
De exportconcentratie daalde zowel in waarde (HHI: 926 → 737, −20,4%) als in volume (HHI: 1.158 → 931, −19,7%). De EU voert steeds meer uit naar een breder scala van bestemmingen. De sterkst groeiende exportmarkten zijn relatief kleine, opkomende markten: Israël (+117,4%), Zwitserland (+111,1%), Turkije (+105,4%) en Noorwegen (+97,4%) (Partners bij uitvoer).
3. Bereide diervoeders domineren het exportprofiel — sojapulp blijft de invoer aanvoeren
Het productie- en handelsprofiel van CN 23 kent een sterk verschil tussen invoer en uitvoer. De invoer wordt gedomineerd door grondstoffen (met name sojaperskoeken), terwijl de uitvoer wordt aangevoerd door hoogwaardige samengestelde voederbereidingen.
3.1 Sojaperskoeken (2304) zijn veruit de grootste importcategorie
CN 2304 (perskoeken van sojaolie) is met afstand de grootste importpost, zowel in volume (20,9 miljoen ton in 2025) als in waarde (€6,9 miljard). De importvolumes zijn relatief stabiel, maar de prijzen zijn zeer volatiel: ze varieerden van €328/ton in 2019 tot €522/ton in 2022, een gevolg van de wereldwijde schokken in de oliezadenmarkten (Productsegmentontleding — invoer).
3.2 Bereide diervoeders (2309) zijn het hart van de EU-uitvoer
CN 2309 (bereidingen voor het voederen van dieren) is de grootste exportcategorie met een waarde van €8,1 miljard in 2025, goed voor ruim 81% van de totale CN 23-uitvoer. Het geëxporteerde volume groeide van 3,4 naar 4,5 miljoen ton (+31,7%), en de gemiddelde exportprijs steeg van €1.188 naar €1.802 per ton (+51,7%). Dit segment profiteert van de sterke Europese mengvoederindustrie en de vraag uit naburige landen (Productsegmentontleding — uitvoer).
3.3 De EU is een netto-exporteur van bereide voeders, maar een netto-importeur van ruwe perskoeken
Het onderstaande overzicht toont de handelsbalans per productsegment in 2025:
| Segment | Omschrijving | Import (€ mld) | Export (€ mld) | Balans (€ mld) |
|---|---|---|---|---|
| 2304 | Sojaperskoeken | 6,93 | 0,20 | −6,73 |
| 2309 | Voederbereidingen | 2,70 | 8,07 | +5,37 |
| 2306 | Overige olieperskoeken | 0,98 | 0,40 | −0,58 |
| 2301 | Vlees- en vismeel | 0,51 | 0,86 | +0,35 |
| 2303 | Zetmeel- en suikerresten | 0,38 | 0,21 | −0,17 |
| 2308 | Plantaardig afval | 0,29 | 0,06 | −0,23 |
| 2302 | Zemelen | 0,08 | 0,14 | +0,06 |
De EU importeert grote volumes ruwe grondstoffen (vooral sojapulp), verwerkt deze tot mengvoeders en voedersupplementen, en exporteert deze vervolgens met een hogere toegevoegde waarde. Dit patroon van "veredelingshandel" wordt steeds sterker naarmate de exportpropensity stijgt.
3.4 Het specialisatiepatroon binnen de EU wijst op een oost-westverdeling
De meest gespecialiseerde EU-lidstaten in CN 23-uitvoer zijn Hongarije (RSCA 0,33), Letland (0,27), Litouwen (0,21), Polen (0,20) en Denemarken (0,19). Deze landen hebben een sterk vergelijkend voordeel in de productie en uitvoer van diervoeders. De minst gespecialiseerde lidstaten zijn Malta, Luxemburg, Ierland, Finland en Zweden (Specialisatie). Binnen de EU zijn het vooral de lidstaten met een grote akkerbouw- en veehouderijsector die als producent en exporteur van diervoeders optreden.
Conclusie
De EU-markt voor diervoeder (CN 23) heeft zich in de periode 2015–2025 in een duidelijke richting ontwikkeld: de uitvoer is veel sneller gegroeid dan de invoer, waardoor het handelstekort is gehalveerd en de netto-importafhankelijkheid sterk is afgenomen. Deze ontwikkeling wordt gedreven door een combinatie van factoren: een sterk groeiende Europese productiecapaciteit (de productie verdubbelde), een toenemende veredeling van ruwe grondstoffen tot hoogwaardige voederbereidingen, en een geleidelijke diversificatie van exportmarkten. Tegelijkertijd heeft de geopolitieke instabiliteit — in het bijzonder de sancties tegen Rusland en de oorlog in Oekraïne — de importstructuur fundamenteel herschikt, met Brazilië als onbetwiste koploper en Oekraïne als de snelst groeiende leverancier. De EU positioneert zich steeds meer als een exporteur van toegevoegde waarde in de mondiale diervoederketen, hoewel de afhankelijkheid van sojapulp uit Zuid-Amerika een structurele kwetsbaarheid blijft.