Marktontwikkeling: Delfstoffen (CN 25) — 2015–2025
Inleiding
Dit rapport analyseert de handelsontwikkeling van de EU in goederen onder goederencode 25 (zout, zwavel, aarde en steen, gips, kalk en cement) met niet-EU-landen over de periode 2015–2025. CN 25 is een verzamelcategorie die uiteenlopende producten omvat — van bulkmaterialen als grind en cement tot hoogwaardige natuursteen als marmer. De analyse onthult een fundamentele verschuiving in de handelsstructuur: waar de EU in 2015 nog een nagenoeg gebalanceerde handelspositie had, is tegen 2025 een aanzienlijk waarde-tekort ontstaan. Tegelijkertijd zijn de exportprijzen sterk gestegen, wat wijst op een verschuiving naar hogewaarde-export. Drie centrale dynamieken worden hieronder uitgediept.
Zie het overzicht op het Trade Dashboard voor de volledige gegevens.
1. Van gebalanceerde handel naar structureel tekort
De algemene handelsbalans verslechterde dramatisch in waarde
In 2015 bedroeg het EU-handelstekort met de rest van de wereld slechts €86 miljoen — een nagenoeg evenwicht tussen import (€4,17 miljard) en export (€4,08 miljard). Tegen 2025 is dit tekort opgelopen tot €1,88 miljard, een verslechtering van meer dan 2.000%. In het dieptepunt (2022) bereikte het tekort zelfs €2,66 miljard. De oorzaak ligt in een asymmetrische ontwikkeling: de importwaarde steeg met 44,5% tot €6,02 miljard, terwijl de exportwaarde nauwelijks groeide (+1,4% tot €4,14 miljard).
| Indicator | 2015 | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Exportwaarde (€ mld) | 4,08 | 4,14 | +1,4% |
| Importwaarde (€ mld) | 4,17 | 6,02 | +44,5% |
| Handelssaldo (€ mld) | −0,09 | −1,88 | −2.081% |
Bron: Overzicht handelsstromen
Volumes en prijzen bewegen in tegengestelde richting
De waarde-ontwikkeling maskeert een opmerkelijke volumepuzzel. De exportvolumes daalden met 26,8% — van 58,7 miljoen ton in 2015 tot 43,0 miljoen ton in 2025 — terwijl de exportprijs juist met 38,5% steeg (van €69,56/ton tot €96,31/ton). De EU exporteert dus steeds minder volume, maar tegen hogere prijzen. Aan de importzijde is het omgekeerde patroon zichtbaar: de importvolumes stegen fors met 53,0% (van 54,9 miljoen ton tot 84,0 miljoen ton), terwijl de importprijs met 5,6% daalde (van €75,90/ton tot €71,67/ton). Dit wijst erop dat de EU goedkopere bulkmaterialen in grotere hoeveelheden importeert en duurdere, meer verwerkte producten exporteert.
| Indicator | 2015 | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Exportvolume (mln ton) | 58,7 | 43,0 | −26,8% |
| Exportprijs (€/ton) | 69,56 | 96,31 | +38,5% |
| Importvolume (mln ton) | 54,9 | 84,0 | +53,0% |
| Importprijs (€/ton) | 75,90 | 71,67 | −5,6% |
De netto-importafhankelijkheid fluctueerde sterk
De netto-importafhankelijkheid (gemeten als aandeel van de binnenlandse vraag) daalde van 5,4% in 2015 tot 2,5% in 2025, met een dieptepunt van −2,4% (waarbij de EU tijdelijk netto-exporteur was). Deze indicator en de handelswaarde-balance vertellen dus verschillende verhalen: in volumetermen is de EU relatief minder afhankelijk van import geworden, maar in waardetermen is het tekort geëxplodeerd. Dit suggereert dat de geïmporteerde goederen relatief goedkoop zijn (lage waarde per ton) terwijl de export steeds meer in hogewaarde-segmenten verschuift.
Bron: Netto-importafhankelijkheid
2. Cement als draaischijf: een structurele heroriëntatie van de EU-cementhandel
Het exportvolume van cement stortte in, terwijl de import explodeerde
Het meest opvallende segment binnen CN 25 is hydraulisch cement (post 2523). De EU was in 2015 een dominante exporteur met 26,8 miljoen ton cement. Tegen 2025 is dit volume met 66% gedaald tot slechts 9,0 miljoen ton. Tegelijkertijd verviervoudigden de cementimporten: van 2,6 miljoen ton in 2015 tot 14,2 miljoen ton in 2025. In waarde bleef de export relatief veerkrachtig (€1,41 miljard → €967 miljoen, −32%) dankzij een verdubbeling van de exportprijs (van €52,75/ton tot €107,19/ton), terwijl de importwaarde vervijfvoudigde van €217 miljoen tot €1,07 miljard.
| Cement (2523) | 2015 | 2025 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Exportvolume (mln ton) | 26,8 | 9,0 | −66,4% |
| Exportwaarde (€ mln) | 1.415 | 967 | −31,7% |
| Exportprijs (€/ton) | 52,75 | 107,19 | +103,2% |
| Importvolume (mln ton) | 2,6 | 14,2 | +445,4% |
| Importwaarde (€ mln) | 217 | 1.075 | +395,4% |
| Importprijs (€/ton) | 82,92 | 75,47 | −9,0% |
Deze ontwikkeling wijst op een structurele heroriëntatie van de Europese cementindustrie. De EU importeert steeds meer goedkoper cement (mogelijk vanuit Turkije en Noord-Afrika) en exporteert steeds minder, terwijl de export die resteert tegen hogere prijzen wordt verkocht — mogelijk specifiekere of duurzamere cementsoorten.
Grind en steenslag groeien als grootste importsegment
Op volumebasis is post 2517 (keistenen, grind, steenslag) het grootste importsegment. De importvolumes stegen van 20,8 miljoen ton in 2015 tot 38,8 miljoen ton in 2025 (+86,3%). In waarde groeide dit van €376 miljoen tot €739 miljoen (+96,5%), terwijl de prijs relatief stabiel bleef (rond de €19/ton). Dit onderstreept het karakter van CN 25 als een markt voor zware, lage-waarde bulkgoederen waarin nabijheid en transportkosten een dominante rol spelen.
Natuursteen en zout vertonen hogewaarde-patroon
Aan de exportzijde vallen twee segmenten op door hun hoge eenheidsprijzen. Post 2515 (marmer, travertijn, kalksteen voor de bouw) had in 2025 een exportprijs van €271/ton — bijna drie keer het gemiddelde — met een stabiel volume van circa 2,4 miljoen ton en een exportwaarde van €643 miljoen. Post 2501 (zout) toonde een spectaculaire prijsstijging: van €103/ton in 2015 tot €226/ton in 2025 (+119,6%), terwijl het volume daalde van 2,4 miljoen ton tot 1,8 miljoen ton. Dit leidde desondanks tot een waardestijging van de export van €251 miljoen tot €414 miljoen.
| Exportsegment (hoogste waarde 2025) | Volume 2025 (mln ton) | Waarde 2025 (€ mln) | Prijs 2025 (€/ton) |
|---|---|---|---|
| 2523 — Cement | 9,0 | 967 | 107,19 |
| 2515 — Marmer/kalksteen | 2,4 | 643 | 271,16 |
| 2501 — Zout | 1,8 | 414 | 226,09 |
| 2517 — Grind/steenslag | 8,2 | 223 | 27,34 |
| 2520 — Gips | 10,0 | 207 | 20,60 |
Bron: Productvergelijking
3. Concentratie van handelsrelaties en schokgevoeligheid
Turkije en het Verenigd Koninkrijk domineren de verschuiving
De importgroei werd gedreven door een beperkt aantal partners. Turkije spant de kroon: de EU-import vanuit Turkije steeg van €394 miljoen in 2015 tot €1,06 miljard in 2025 (+169,8%), met een piek van €1,14 miljard in 2023. Turkije is daarmee de grootste importpartner geworden, aangevoerd door cement en kalkproducten. Noorwegen groeide met 51,8% tot €718 miljoen (voornamelijk mineralen en zout). Bosnië en Herzegovina vertoonde de procentueel sterkste groei: +344,9% tot €88 miljoen.
Aan de exportzijde blijft het Verenigd Koninkrijk de grootste afnemer (€675 miljoen, +43,3%), gevolgd door Zwitserland (€371 miljoen) en de Verenigde Staten (€364 miljoen). Opvallend is de daling van de export naar Israël (−19,0%) en Brazilië (−23,3%).
| Top-importpartners | Waarde 2015 (€ mln) | Waarde 2025 (€ mln) | Verandering |
|---|---|---|---|
| Turkije | 394 | 1.064 | +169,8% |
| Noorwegen | 473 | 718 | +51,8% |
| Verenigd Koninkrijk | 391 | 462 | +18,4% |
| Marokko | 232 | 299 | +29,2% |
| Oekraïne | 199 | 276 | +39,0% |
| Top-exportpartners | Waarde 2015 (€ mln) | Waarde 2025 (€ mln) | Verandering |
|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk | 471 | 675 | +43,3% |
| Zwitserland | 330 | 371 | +12,5% |
| Verenigde Staten | 286 | 364 | +27,3% |
| China | 418 | 491 | +17,4% |
| Noorwegen | 178 | 280 | +56,7% |
Bron: Handelspartners
De concentratie van handelsrelaties is toegenomen
De Herfindahl-Hirschman Index (HHI) voor import steeg van 641 tot 761 (+18,7%), en voor export van 518 tot 739 (+42,6%). Hoewel deze waarden nog onder de drempel voor een geconcentreerde markt liggen, toont de stijgende trend aan dat de handel steeds meer afhankelijk wordt van een kleiner aantal partners. Voor de export is de concentratieverscherping het sterkst, wat kwetsbaarheid kan creëren als belangrijke afzetmarkten wegvallen.
De volatiliteitsanalyse bevestigt dit beeld: sommige partners tonen zeer hoge variatiecoëfficiënten (CV). Belarus (CV = 0,62) en Algerije (CV = 0,54) vertonen bij import sterk fluctuerende handelsvolumes. Bij export valt Algerije op met een uitzonderlijk hoge CV van 1,34, evenals Ghana (0,74) en Ivoorkust (0,54) — indicaties van onregelmatige, mogelijk opportuniteitsgedreven handelsstromen.
Bron: Concentratie (HHI)
Prijsschokken concentreerden zich in 2022
In 2022 werden meerdere significante prijsschokken gedetecteerd, samenvallend met de energiecrisis na de Russische inval in Oekraïne. De exportprijs naar Kameroen vertoonde een abnormaalheidsscore van 45,3 met een prijssprong van 50,7%. Bij Israël was de sprong zelfs 71,1% (abnormaliteit 8,5). Aan de importzijde vertoonde Egypte een prijssprong van 65,4%. Deze schokken reflecteren de bredere energie- en grondstoffencrisis van 2022, die de cement- en mineralensector bijzonder trof vanwege het hoge energieverbruik bij productie en transport.
Bron: Prijsschokken
Conclusie
De EU-handel in delfstoffen (CN 25) onderging tussen 2015 en 2025 een fundamentele transformatie. Drie ontwikkelingen staan centraal:
Ten eerste is er een structurele verschuiving van een nagenoeg gebalanceerde handel naar een aanzienlijk waarde-tekort (€1,88 miljard in 2025), gedreven door een sterke groei van de importwaarde (+44,5%) terwijl de exportwaarde vrijwel vlak bleef. Dit wordt verklaard door een combinatie van dalende exportvolumes en stijgende importvolumes.
Ten tweede is de cementhandel de kern van deze verschuiving. De EU transformeerde van een netto-exporteur van 24 miljoen ton cement (2015) naar een situatie waarin de importen (14,2 miljoen ton) de exporten (9,0 miljoen ton) overtreffen. Dit weerspiegelt mogelijk verschuivingen in de Europese productiecapaciteit, energiekosten en concurrentiedruk vanuit derde landen.
Ten derde is de concentratie van handelsrelaties toegenomen, met Turkije als dominante importpartner en een groeiende afhankelijkheid van een beperkt aantal leveranciers. De prijsschokken van 2022 illustreren de kwetsbaarheid van deze structuur.
Tegelijkertijd wijst de sterke stijging van de exportprijzen (+38,5%) erop dat de EU zich verschuift naar hogewaarde-segmenten binnen CN 25, met name natuursteen en gespecialiseerde mineralen. De combinatie van dalende volumes en stijgende prijzen bij export — en het omgekeerde patroon bij import — duidt op een specialisatieproces waarin de EU zich positioneert als leverancier van kwaliteitsproducten terwijl bulkmaterialen steeds vaker worden ingevoerd.