Marktontwikkeling: Zijde (CN 50) — 2015–2025
Inleiding
Dit rapport analyseert de handelsontwikkelingen van zijde (gecombineerde nomenclatuur 50) in de Europese Unie over de periode 2015–2025. CN 50 omvat een breed productgamma: van rauwe cocons (5001) en ruwe zijde (5002), via afval en garens (5003–5006), tot geweven zijdestoffen (5007). De EU is een netto-importeur van zijde, met een structureel handelstekort dat gedurende de onderzochte periode verder is opgelopen. Tegelijkertijd vertoont de markt een opmerkelijke spanning: de verhandelde volumes dalen fors, maar de eenheidsprijzen stijgen — een patroon dat duidt op een verschuiving naar hogewaardeproducten en/of schaarste-effecten. In de volgende secties worden de belangrijkste dynamieken uiteengezet.
Zie voor het volledige overzicht: Overzicht Zijde op het Trade Dashboard.
1. Volumedaling en premialisering: minder tonnen, hogere prijzen
De handelsvolumes krimpen structureel
Zowel de import als de export van zijde vertoont over de gehele periode een dalende trend in volume. De import daalde van 5.943 ton (2015) naar 4.480 ton (2025), een afname van 24,6%. De export liet een nog stevigere daling zien: van 1.537 ton naar 795 ton (−48,3%). De volumes bereikten hun dieptepunt in 2020, het jaar waarin de COVID-19-pandemie de wereldwijde textielketens ernstig verstoorde.
| Indicator | 2015 | 2020 (minimum) | 2025 | Verandering 2015→2025 |
|---|---|---|---|---|
| Importvolume (ton) | 5.943 | 3.542 | 4.480 | −24,6% |
| Exportvolume (ton) | 1.537 | 780 | 795 | −48,3% |
| Importwaarde (€ mln) | 354,8 | 195,0 | 302,1 | −14,9% |
| Exportwaarde (€ mln) | 203,9 | 99,3 | 124,9 | −38,8% |
Prijsstijging compenseert waardeverlies slechts gedeeltelijk
Ondanks de volumedaling stegen de gemiddelde eenheidsprijzen. De importprijs steeg van €59.670 per ton naar €67.417 per ton (+13,0%), terwijl de exportprijs klom van €132.633 naar €157.061 per ton (+18,4%). De exportprijs ligt consequent meer dan twee keer zo hoog als de importprijs, hetgeen suggereert dat de EU vooral geavanceerde, hoogwaardige zijdeproducten uitvoert (met name weefsels) en relatief meer ruwe en half afgewerkte zijde importeert.
Deze premialisering — meer waarde per ton — kon de volumedaling echter niet volledig compenseren. De totale importwaarde daalde met 14,9% en de exportwaarde met 38,8%.
Het handelstekort verslechtert
Als gevolg van de asymmetrische daling — de export daalt harder dan de import — is het handelstekort opgelopen van €150,9 miljoen in 2015 naar €177,2 miljoen in 2025 (−17,4%). Het dieptepunt werd bereikt in 2021 met een tekort van €215,6 miljoen, waarna een gedeeltelijk herstel volgde.
| Indicator | 2015 | 2021 | 2025 |
|---|---|---|---|
| Handelssaldo (€ mln) | −150,9 | −215,6 | −177,2 |
De segmentstructuur: weefsels domineren
Bij zowel import als export zijn zijden weefsels (CN 5007) het belangrijkste segment qua waarde. Bij de import vertegenwoordigen weefsels ongeveer 38% van de waarde, gevolgd door ruwe zijde (5002) met circa 32% en afvalzijde (5003) met 9%. Bij de export zijn weefsels goed voor ongeveer 87% van de waarde, wat de hoge toegevoegde waarde van de EU-verwerkingsketen onderstreept.
Een opvallende trend is de sterke groei van de import van garens van afvalzijde (5005): in volume steeg dit segment van 482 ton naar 728 ton (+51%), en in waarde van €23,7 miljoen naar €38,3 miljoen (+62%). Dit wijst mogelijk op een toenemende vraag naar gerecyclede of budgetvriendelijkere zijdegrondstoffen.
Zie voor de segmentvergelijking: Productsegmentvergelijking.
2. Dominantie van China en toenemende kwetsbaarheid van de toeleveringsketen
China als vrijwel monopolistische leverancier
De EU-import van zijde wordt in overweldigende mate gedomineerd door China. In 2015 bedroeg de Chinese export naar de EU €280,4 miljoen, goed voor 79% van de totale EU-import. In 2025 was dit €249,5 miljoen (83% van de totale import). Hoewel de waarde met 11,1% daalde, is het aandeel van China juist toegenomen doordat andere leveranciers harder krompen.
| Leverancier | 2015 (€ mln) | 2025 (€ mln) | Verandering | CV (volatiliteit) |
|---|---|---|---|---|
| China | 280,4 | 249,5 | −11,1% | 0,16 |
| India | 21,5 | 12,1 | −43,7% | 0,32 |
| Brazilië | 11,3 | 8,5 | −24,6% | 0,23 |
| Verenigd Koninkrijk | 11,3 | 11,2 | −0,5% | 0,54 |
| Vietnam | 8,3 | 3,8 | −54,2% | 0,48 |
De concentratiegraad van de import (HHI op basis van waarde) steeg van 6.315 naar 6.874 (+8,8%), wat bevestigt dat de importbasis geconcentreerder is geworden — een patroon dat tegengesteld is aan diversificatie-inspanningen die de EU op andere terreinen nastreeft.
De importafhankelijkheid is sterk toegenomen
De netto-importafhankelijkheid (het aandeel van de binnenlandse vraag dat via import wordt gedekt) is bijna verdrievoudigd: van 8,3% in 2015 naar 24,9% in 2025, een stijging van 198,9%. Het piekjaar was 2021 met 33,5%. Deze ontwikkeling weerspiegelt zowel de daling van de binnenlandse productie als de volumedaling van de export.
| Indicator | 2015 | 2021 (piek) | 2025 |
|---|---|---|---|
| Netto-importafhankelijkheid (%) | 8,3 | 33,5 | 24,9 |
Zie: Netto-importafhankelijkheid.
Prijsschokken onderstrepen kwetsbaarheid
De gegevens over schokdetectie laten zien dat er in 2022 een significante prijsschok plaatsvond bij de Chinese import: een abnormaalheidsscore van 24,7 en een prijsverschuiving van +26,3%. Gezien China's dominante positie had deze schok directe gevolgen voor de gehele EU-zijdemarkt. Dergelijke schokken illustreren het risico van hoge concentratie: verstoringen in één herkomstland kunnen de volledige waardeketen raken.
| Schok | Stroom | Abnormaalheid | Verschuiving | Jaar |
|---|---|---|---|---|
| China (prijs) | Import | 24,7 | +26,3% | 2022 |
| Wit-Rusland (prijs) | Export | 7,4 | +74,2% | 2023 |
| India (prijs) | Export | 6,3 | +248,7% | 2021 |
Zie: Toeleverschokken.
3. De EU als verwerkingshub: specialisatie en verschuiving van exportmarkten
Italië is het onbetwiste centrum van de EU-zijdehandel
Binnen de EU is Italië veruit de belangrijkste speler. In 2025 vertegenwoordigde Italië €170,1 miljoen aan import (56% van de EU-import) en €96,2 miljoen aan export (77% van de EU-export). Italië heeft een sterk gespecialiseerde positie (RSCA van 0,72), wat past bij de historische rol van Italiaanse textielregio's als Como in de zijdeverwerking.
Andere belangrijke EU-landen zijn Roemenië (RSCA 0,89, de meest gespecialiseerde lidstaat) en Frankrijk, dat echter een forse exportdaling kende (van €66,4 miljoen naar €18,9 miljoen, −71,5%). Opvallend is de sterke groei van Slovenië als importeur: van €87.000 in 2015 naar €28,3 miljoen in 2025 — een mogelijke weerspiegeling van de verplaatsing van productiecapaciteit naar Midden-Europa.
De EU-export verschuift van traditionele naar nabije markten
De exportontwikkeling naar verschillende bestemmingen laat een gedifferentieerd beeld zien. Traditionele afzetmarkten als het Verenigd Koninkrijk (−54,7%), de Verenigde Staten (−45,3%), Rusland (−74,4%) en Marokko (−56,2%) krompen fors. Tegelijkertijd groeide de export naar Tunesië significant: van €12,7 miljoen naar €23,5 miljoen (+85,4%). Tunesië is daarmee de op een na grootste exportbestemming geworden.
| Bestemming | 2015 (€ mln) | 2025 (€ mln) | Verandering |
|---|---|---|---|
| Verenigd Koninkrijk | 25,8 | 11,7 | −54,7% |
| Tunesië | 12,7 | 23,5 | +85,4% |
| Verenigde Staten | 22,5 | 12,3 | −45,3% |
| Madagaskar | 44,5 | 14,7 | −66,9% |
| Rusland | 9,0 | 2,3 | −74,4% |
| Marokko | 14,2 | 6,2 | −56,2% |
De groei van Tunesië past in het bredere patroon van nearshoring in de Europese textielketen: EU-bedrijven verplaatsen delen van de verwerkingsketen naar nabije landen in Noord-Afrika, waar loonkosten lager zijn maar de logistieke nabijheid tot de EU-markt behouden blijft.
Binnenlandse productie: meer volume, minder waarde
De EU-productie van zijde vertoont een intrigerende tweesplitsing. Het productievolume steeg van 31,3 miljoen kg (2015) naar 38,7 miljoen kg in 2025 (+23,9%), terwijl de productiewaarde daalde van €724,5 miljoen naar €466,0 miljoen (−35,7%). Dit betekent dat de gemiddelde productiewaarde per kg is gedaald — een indicatie van verschuiving naar lagewaardeproducten of druk op de binnenlandse prijzen.
Zie: Specialisatie van lidstaten en Productievolumes.
Conclusie
De EU-zijdemarkt ondergaat in de periode 2015–2025 een fundamentele transformatie. Drie ontwikkelingen staan centraal:
-
Structurele volumedaling met premialisering. De verhandelde volumes zijn fors gedaald, maar de eenheidsprijzen stijgen — vooral bij de export. Dit wijst op een markt die verschuift naar hogewaardige niches, terwijl bulkproductie buiten de EU plaatsvindt.
-
Toenemende kwetsbaarheid door concentratie. De afhankelijkheid van Chinese import is toegenomen, net als de netto-importafhankelijkheid. De prijsschok van 2022 illustreert de risico's van deze concentratie. De EU loopt hiermee vooruit op bredere strategische discussies over toeleveringszekerheid in grondstoffen.
-
Verschuiving van de exportstructuur. Traditionele afzetmarkten krimpen, terwijl nabije productielanden als Tunesië aan belang winnen. Binnen de EU blijft Italië dominant, maar nieuwe knooppunten ontstaan in Oost-Europa. De binnenlandse productie groeit in volume maar daalt in waarde, wat de druk op de Europese zijde-industrie onderstreept.
De totale handelsbalans is verslechterd: het tekort bedroeg in 2025 €177 miljoen. Voor beleidsmakers en marktdeelnemers is de centrale vraag hoe de EU haar positie als hoogwaardige verwerkingshub kan behouden, terwijl de afhankelijkheid van een beperkt aantal leveranciers blijft toenemen.